Bollène is een beroemd plaatsje

Na het spektakel van gister op de flanken van de Mont Ventoux is het nu de beurt de sprinters of toch de Punchers. Het was wederom gister genieten van de verschillende wedstrijdjes in de koers. Vingegaard en Pogacar hielden elkaar in bedwang, al zag je goed dat Pogacar gister minder goed eruit zag dan de afgelopen twee weken. Visma/LAB zal dit ook hebben gezien en dus is het wachten (let op, morgen!) op nieuwe aanvallen. En natuurlijk was daar de schitterende overwinning van Paret-Peintre en de heldendaad van Van Wilder. Overigens werden er gister vragen gesteld over het gewicht van de Franse winnaar, de ritwinnaar van gister weegt namelijk 52 kilogram.

Tussen Bollène en Valence ligt er vandaag namelijk opnieuw een overgangsetappe waarbij de aanvallers en/of sprinters aan bod zijn. De etappe telt twee beklimmingen van de 4e categorie. Dat is dus te doen, zou je zeggen. Na een pauselijke start – Bollène maakte vroeger onderdeel uit van de Kerkelijke Staat; hoewel we dat officieel geen opvolger mogen noemen van Vaticaanstad, is dat het min of meer wel.

Bollèneis ook de sterfplaats van Ivo Van Damme, de beste 800 meterspecialist in de geschiedenis van de Belgische atletiek. Atleten kennen de naam maar al te goed van een van de grootste atletiekmeetings in de wereld: de Memorial van Damme. Al te vaak herinneren de mensen hem als ‘die beloftevolle jonge atleet die veel te vroeg stierf’. Vanaf de sterfplaats van Ivo Van Damme (misschien wel België ’s beste atleet ooit) krijgt het peloton een heuvelachtige etappe voorgeschoteld met twee wat langere beklimmingen. Deze zijn niet al te lastig, maar de verwachting is dat er wederom heel hard gereden gaat worden, vooral door de ploegen die nog iets van hun Tour willen maken.

Hinault laat voor het eerst van zich horen (en niet voor het laatst)

Valence is tevens beroemd om de staking van Hinault. In de Tour van 1978 organiseerde Bernard Hinault een staking in Valence (d’Agen). Hij protesteerde tegen de zware rittenschema’s en lange verplaatsingen. Deze staking vond plaats nadat de renners de finish hadden bereikt in Valence d’Agen. De staking was een protest tegen de uitbuiting van de renners door de organisatie. Hinault vond dat Felix Levitan (de toen beroemde Sportif-Directeur van de Tour de France) over de ruggen van de renners zijn zakken vulde. Niemand twijfelde op dat moment aan de autoriteit van “de Das”, wat de bijnaam van Hinault was. Met als resultaat dat vanaf de Tour van 1979 er geen gedeelde (lees, meerdere) etappes meer werden gehouden. En als ze er al waren, dan waren het korte etappes. Hinault won uiteindelijk in 1978 zijn eerste Tour. Die Tour de France van 1978 werd ook de Tour van het “Peertje van Michel Pollentier”.

Het Peerke van Pollentier

In de Tour van 1978 was er een etappe opgenomen van St. Étienne naar Alpe d’Huez. De Belg Michel Pollentier reed die dag geweldig en won de etappe met overmacht. Kort na de finish verdween de Belg om later zich te melden bij de dopingcontrole in zijn gele trui. Samen met de Spanjaarden Nazabal en Gutierrez moesten de renners in een fles plassen. Vervolgens werd hun urine verdeeld in twee andere flessen. Gutierrez was als eerste aan de beurt, maar het duurde erg lang. De dokter van dienst kreeg vervolgens argwaan. Hij trok de trui van de Spanjaard omhoog en daar hing een tube die aan zijn lichaam was vastgeplakt. Het einde liep in een peertje onder zijn oksel tot aan zijn penis. Het einde van het slangetje was echter losgeschoten en de Spanjaard was bezig om het te verhelpen. In het peertje zat namelijk urine van iemand anders. Iemand met wel een ‘schone’ plas. De dokter vroeg vervolgens ook Pollentier zijn trui omhoog te trekken en daar bevond zich dezelfde constructie. Het bedrog was uitgekomen en Pollentier werd uit de Tour gezet. Onze landgenoot Joop Zoetemelk kreeg de gele trui, maar die had slechts 14 seconden voorsprong op de jonge Hinault. Hinault wachtte tot aan de laatste tijdrit, die hij glansrijk met vier minuten verschil won op onze landgenoot en zo won hij de Tour van 1978.

“Het was toch niet onder zijn oksel!”

Het verhaal werd jaren nadien nog mooier, want NOS-commentator en oud-wielrenner Maarten Ducrot vertelde in het tv-verslag van de rit naar Alpe d’Huez in juli 2013 dat het niet om een peertje ging, maar om een met urine gevuld condoom dat in de anus van Pollentier was aangebracht. Maar omdat men het in 1978 niet kies vond om dergelijke intieme details bekend te maken, werd volgens Ducrot het verhaal van het peertje onder de oksel bedacht en de wereld in geholpen). Deze versie werd bevestigd door oud-renner en ploeggenoot Freddy Maertens. In 1980 won Pollentier nog de semi-klassieker de Brabantse Pijl en vooral de mooiste overwinning de Ronde van Vlaanderen, maar een jaar later verdween Pollentiers boekhouder met zeven miljoen Belgische franken (Euris waren er toen nog niet) en was hij failliet. Hij belandde hierdoor in een depressie. Na zijn carrière als renner hield hij zich bezig met jonge renners. Zo was hij voorzitter en ploegleider van de wielerploeg De Lombarden voor beloften en elite zonder contract. Daarnaast heeft hij ook zijn eigen bandencentrale in het Belgische Nieuwpoort (in de buurt van het mooie Knokke-Heist).

Weer Abrahamsen die het probeert

De etappe van vandaag was gelukkig voor de klassementsrenners best te doen. Niet dat er niet hard gereden werd, maar het was eindelijk een etappe waar bepaalde ploegen hun krachten konden sparen voor de dag van morgen. Vanaf de start waren er vier renners die er vandoor gingen. Bezige bij Jonas Abrahamsen trok meteen, nadat de startvlag naar beneden was gegaan, ten strijde. De Noorse eerdere ritwinnaar van Uno-X kreeg de Italiaan Albanese (EF Education)) en de Fransen Pacher (FDJ) en Burgaudeau (TotalEnergies) mee. Toch werd het nog even spannend voor de sprintersploegen, toen de eerste berg werd beklommen. Ineos en Movistar gaven al aan dat zij het niet op een massasprint aan wilde laten komen met als gevolg dat er een aantal sprinters al snel af moest. Milan en Melier waren de voornaamste slachtoffers. Bij het laatste bergje was het Van Aert die het wilde proberen. Maar hij kreeg geen ruimte van het peloton. De vier bleven vooruit, maar zoals gebruikelijk bleven ze op gepaste afstand van het peloton. Het was al duidelijk dat in de straten van Valence het op een sprint uit zou draaien.

Milan wint een gedevalueerde sprint

Het was nat en daardoor ook vooral glad. De laatste rotondes voor de finish werden goed genomen, maar toen het peloton zich opmaakte voor de alles beslissende sprint was daar (helaas) weer een valpartij. Grootste slachtoffer was daarbij Biniam Girmay. De Eritreeër ging hard onderuit en de eerste tekenen waren pols en schouder. En vaak is dat bij een fietser geen goed teken. In zijn val nam hij nog een aantal renners mee, vooral van de ploegen Israel-Premier Tech en Tudor. Tim Melier en onze landgenoot Groenewegen zaten er vlak achter, net als de rest van het gehele peloton. De sprint werd aangetrokken door een man of 20, terwijl de rest of stilstond en in het ergste geval op de grond lag. Milan had alleen af te rekenen met Jordy Meus (Red Bull/BORA) en dat deed de Italiaan gedecideerd. Het was alweer de tweede overwinning van de Italiaan deze Tour. En opnieuw succes voor Lidl/Trek.

Morgen gaat het echt gebeuren en weten we of de Tour beslist is of helemaal open ligt. Vingegaard en Pogacar hadden vandaag alleen van het weer te duchten. Morgen zullen ze met elkaar gaan beslissen wie de Tour de France 2025 gaat winnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.