Daar is het D-woord weer

Het was weer even stil, maar daar kwam gister weer het woord om de hoek kijken. Niet geheel toevallig kwam het uit Deense hoek. Ik word er ook wel een beetje moe van. Ik zal de laatste zijn dat het D-woord (Doping) niet meer in het peloton gebruikt wordt. Met de prestaties die de renners tegenwoordig moeten leveren, is het bijna onmogelijk. Maar als iedereen een middel heeft om zo snel mogelijk te herstellen van hun prestaties, wie houdt de renners dan tegen? Tegenwoordig is er zulke goede medische begeleiding dat men echt wel kan beoordelen of het gezond is of niet. Het is dan ook wel weer erg opvallend dat een Deense wetenschapper (genaamd Vest Christiansen) juist gister vraagtekens had bij de prestaties van Pogacar.

Meneertje Vest was vast en zeker vergeten dat zijn landgenoot Vingegaard nog maar een paar jaar geleden het hele peloton op een hoop reed. Had Vingegaard voor die topprestaties dan ook doping gebruikt? Ik vrees dat het woord Doping altijd wel aan de wielrennerij zal blijven kleven. We krijgen dat er gewoonweg niet uit. Daarvoor is er teveel gebeurd. Maar tegenwoordig zijn er zulke strenge controles (WADA – dopingautoriteit) dat het nagenoeg onmogelijk is om er als renner doorheen te glippen. Dan is het makkelijker om technische doping te gebruiken, daar waar bijvoorbeeld toprenner Fabio Cancellara van werd verdacht.

AICAR schijnt het nieuwste dopingmiddel te zijn

De Duitse zender ARD kwam deze zomer met een schokkend verhaal over AICAR (staat voor 5‑amino‑1‑β‑D‑ribofuranosyl‑imidazole‑4‑carboxamide) is een experimenteel genees­middel dat in cellen direct het energiemolecuul­sensor‑enzym AMP‑kinase (AMPK) activeert. Daardoor worden genen aangezet die normaal pas na weken duurtraining “aan” gaan: verhoogde mitochondriale dichtheid, vetzuuroxidatie en glucose­opname. Het werd ooit onderzocht als medicijn tegen diabetes en ischemische hartschade, maar bleek vooral een potentieel “training‑in‑een‑pil”. Experts vragen zich echter af of het echt het effect heeft wat het nu wordt toebedeeld. AICAR heeft iedereen al in het lichaam. Dus het is ook lastig te traceren, als daar een hogere dosis aan wordt meegegeven. En voorlopig zal AICAR dus nog wel even rondzingen.

Vroeger fietsten we op een Snicker en een broodje pindakaas

De renners reden jarenlang met een Snicker in de achterzak, een halve bidon cola en gáán. Dat was voeding. De snicker en cola diende als snelle suikers (lees, brandstof) voor het lichaam. Zelfs ik doe dat op die manier nog steeds. Ik ben niet zo van de fancy gelletjes. Maar gebruik ze wel tijdens de wedstrijden, omdat het zeker zijn nut heeft. En materiaal? Je had een stalen fiets van 10 kilo, remmen die meer piepten dan stopten, en als je geluk had, draaide je derailleur (Di2 had nog nooit iemand van gehoord) naar behoren. Toch won men er koersen mee. Want wie echt wilde winnen in de jaren ’90 of vroege 2000’s, die had iets anders nodig: een dokter met connecties en een koelkast vol geheimen. Kijk vooral een keer de film “The Program” om een kijkje te krijgen hoe Lance Armstrong jarenlang de boel belazerde. The Program (2015) – IMDb. Vroeger draaide het hele circus eromheen. In de jaren ’90 was doping geen schandaal, het was beleid. En in de vroege jaren 2000? Wie clean reed, zat in de bus. Maar na de val van Armstrong veranderde de toon. Doping werd niet alleen verboden, maar ook sociaal bestraft. Biologische paspoorten, bloedwaarden, ADAMS-lokatiesysteem – je kunt als renner tegenwoordig niet eens een boodschap doen zonder dat iemand je GPS checkt.

Materiaalgekte met een aerodynamisch sausje
Als we alleen al kijken naar de fietsen. Vroeger boog je voorover en hoopte je dat het snel ging. Nu zit je op een windtunnel-afgestelde raket met geïntegreerde kabels, carbon velgen zo hoog als een espressoflesje, en een zadel dat klinkt als een luchtvaartterm. Renners worden gemeten, gewogen, gescand – tot op de millimeter nauwkeurig. Zelfs de sokhoogte is aerodynamisch geoptimaliseerd. En dat is geen grap. Ik heb zelf dergelijke sokken van Sockeloen. Ik heb geen idee of het echt helpt, maar als ze er in de Tour harder van gaan, dan zal dat bij mij toch ook wel zo zijn?! De wereld van het materiaal verandert zo erg dat iedereen er in mee gaat. Kijk naar de helm, waarmee Lemond de Tour in het voordeel van zichzelf besliste toen hij Laurent Fignon versloeg. Fignon reed die beruchte tijdrit zonder aerodynamische helm. En kijk afgelopen tijdrit naar de helm van Remco Evenepoel. Zelfs in het vizier is nu een grote spleet gekomen die voor minder weerstand zorgt. Het moet gewoon niet gekker worden, maar ik vind die Mario Kart helmen van tegenwoordig echt niet om aan te zien. Dus mij zal je daar niet mee zien rijden. Al vinden mensen mijn helm al foeilelijk. Maar ik houd mij vast aan het feit dat ik er sneller doorga.

Voeding met een handleiding en een weegschaal
Maar ergens na 2010 begon het te schuiven in het peloton. De Snickers verdwenen, de epo verdween (nou ja, grotendeels en werd vervangen door andere synthetische oplossingen), en ineens kwamen er geleerde mannen met spreadsheets, powermeters en gelletjes met smaken als “framboos-zout-karamel met elektrolyten.” Wielrennen werd… ja, bijna een soort wetenschap.

Het is nog niet eens zolang geleden dat we als wielrenners dachten dat we Pasta met ketchup moesten eten? Dat waren toch allemaal koolhydraten?! Fout. Tegenwoordig wordt per trainingsblok berekend hoeveel gram koolhydraten je mag innemen per uur, per minuut, per been. Ketonen, beet shots, rijstwafels met 43 ingrediënten – het is een wonder dat we nog weten wat lekker is. Eén ding is zeker: op een Snicker kom je de Tour niet meer door. Hooguit tot de eerste col. En daar is geen woord aan gelogen. En dat komt omdat iedereen nu hetzelfde werkt. Afgemeten voedingsmaaltijden met de juiste ingrediënten is wat je nu als wielrenner moet gaan gebruiken. Anders tel je niet meer mee en is een topklassering onmogelijk geworden. De ploegen hebben ook gewoon allemaal voeding diëtisten mee. De wereld verandert en wij zijn allemaal op zoek naar de juiste voorbereiding en daarin is voeding (net als materiaal) enorm belangrijk geworden.

De grote vraag is: zijn we nu de dopingautoriteit te slim af of zijn we schoon?
Niemand gelooft dat het peloton 100% brandschoon is. Maar de nadruk ligt nu op marginal gains, op tech en tactiek en gelukkig niet meer op het gebruik van een naald tjokvol met EPO. De renners zijn slimmer geworden, de teams professioneler, en de fans iets cynischer – maar ook iets dankbaarder. Want koersen zijn spannender, onvoorspelbaarder, en laten we eerlijk zijn, het is ook gewoon gewoon menselijker geworden. De renners worden weer (terecht) als helden vereerd. Ook gister weer stonden er rijen dik aan toeschouwers op de Múr de Bretagne.

Misschien is dat wel de mooiste winst van allemaal. Niet meer op een Snicker, maar ook niet meer op epo. Gewoon op wetenschap, teamwork – en een goed getimede bidon.

Een rit voor de sprinters?

Vandaag en morgen zijn de sprinters weer aan de beurt. Eindelijk zouden we bijna zeggen na al die etappes voor de Punchers in de afgelopen week. Tour de Punch heeft zijn werk gedaan en het resultaat is dat de leider van vandaag ook de leider van vorig jaar is. Exact met dezelfde overmacht. Het is dan ook dat de toprenners van het klassement dit weekend even de benen mogen strekken, maar wel alert moeten zijn. Vraag dat maar aan Almeyda. Een onoplettendheid en de kansen op een topklassering zijn verkeken.

Eindelijk is daar de beloning voor Lidl/Trek

Het was een enorme saaie etappe, wat gelet op het weer ook in de lijn der verwachting lag. Het peloton vond het wel goed. Tien dagen vol rijden tot aan de rustdag was nog nooit gebeurd. En ter verzachting van het peloton, ze hebben er de afgelopen week wel voor gereden. Een week geleden was de start in Lille en wat zijn we als volgers verwend. Dan is het prima als het ook een keer rustig aan wordt gedaan. Toch belette dat vooral TotalEnergies niet om er vol voor te gaan. Niet met 1 maar zelfs met twee man vol in de strijd. Mattéo Vercher en Mathieu Burgaudeau zochten de aanval en kregen ook eerst de ruimte, maar zoals zo vaak in dit soort vlakke etappes wist je ook wel dat ze zouden in gegrepen worden door een op hol geslagen peloton. Vooral Lidl/Trek rook zijn kansen. Het moest dan eindelijk de dag worden voor Jonathan Milan, de sprinter van Lidl/Trek. Milan liet zich tot aan vandaag vooral zien in de tussensprints. Maar vandaag was daar dan de beloning. Visma/LAB brachten Van Aert tot aan de meet, maar de Belg was niet opgewassen tegen het Itialiaanse geweld van Milan. En zo won Milan eindelijk de etappe. Een beloning voor het harde werk en ook belangrijke bonuspunten in de strijd voor de Groene trui.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.