Eindelijk zit de “Nederlandse berg” weer in het parcours van de Tour de France. Ik heb de berg al meerdere malen beklommen. De berg staat zelfs voor eeuwig op mijn kuit “geplakt”. Er zijn bergen in de Tour de France die zwaar zijn. Er zijn bergen die mooi zijn.
En er is Alpe d’Huez!
Geen enkele beklimming spreekt zo tot de verbeelding als deze beroemde berg met zijn 21 haarspeldbochten. Al sinds 1952 vormt Alpe d’Huez het decor van heroïsche gevechten, dramatische nederlagen en onvergetelijke overwinningen. En het werd vandaag een waanzinnige beklimming. Ik kan mij niet herinneren dat er zoveel mensen op de berg stonden.
Voor Nederlandse wielerliefhebbers heeft de berg zelfs een bijnaam gekregen: “De Nederlandse Berg.” Tussen 1976 en 1989 wonnen maar liefst acht Nederlanders op de Alpe d’Huez. Namen als Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks maakten van de klim bijna een thuiswedstrijd.
Tienduizenden Nederlandse supporters veranderden de flanken van de berg in een zee van oranje. Vooral de beroemde Dutch Corner (bocht 7) groeide uit tot één van de meest iconische plekken van de Tour. Ook als je meedoet aan de Alpe d’Huzes dan is bocht 7 de meest drukbezochte bocht. Ieder jaar staat er een grote truck van waaruit de deelnemers aan Alpe d’Huzes worden opgezweept door commentatoren en muziek. Vandaag zal dat niet anders zijn als er tienduizenden toeschouwers (voornamelijk Nederlanders) langs de kant staan die juichen voor hun helden.
Op Alpe d’Huez is wielrennen meer dan sport.
Hier ontstaat geschiedenis. Een van die geschiedverhalen is die van de Tour van 1986, die algemeen geldt als één van de mooiste ooit. Bernard Hinault had beloofd zijn ploeggenoot Greg LeMond te helpen aan zijn eerste Tourzege. Toch bleef de trotse Fransman aanvallen. Hinault was tegen alle afspraken vooraf op jacht naar zijn 6e touroverwinning. Een prestatie die hem eeuwige roem zou geven, aangezien niemand (behalve die ene meneer uit Texas) nog tot die 6e touroverwinning was geraakt. Op de slotklim naar Alpe d’Huez reden Hinault en LeMond samen weg van de concurrentie. Arm in arm passeerden zij uiteindelijk de finish. Het leek een prachtig symbool van vriendschap en respect. Voor altijd blijven de woorden van Mart Smeets nog steeds in mijn hoofd zitten: “Kijk eens, kijk eens!”; schreeuwde Smeets in zijn microfoon.
Toch bleek later dat de onderlinge verhouding veel ingewikkelder lag. LeMond voelde zich tijdens die Tour regelmatig verraden door de vele aanvallen van Hinault. Juist daarom is die iconische finishfoto nog altijd onderwerp van discussie. Voor de één symboliseert zij sportiviteit. Voor de ander is het één van de mooiste psychologische spelletjes uit de Tourgeschiedenis.
En toen was daar nog de etappe van Gert-Jan Theunisse en de dag van zijn leven (in 1989)
Voor Nederlandse wielerliefhebbers blijft 14 juli 1989 een dag om nooit te vergeten. De dag die ik mij nog steeds aardig voor de geest kan halen, want ik zat die dag ook voor de buis gekluisterd. Toen al bezeten van de Tour de France, kon ik niet geloven dat een (Nederlandse) renner hiertoe in staat was. Theunisse veroverde die dag vele harten en hij kreeg er die dag een hele grote fan uit Almere bij. Het werd uiteindelijk sowieso een van de allermooiste Tour de France editie aller tijden. Wat vooral veroorzaakt werd door de “tijdrit met 8 seconden verschil”. Gert-Jan Theunisse koos al vroeg voor de aanval. Theunisse reed na 35 kilometer weg en maakte een onwaarschijnlijke solo van meer dan 130 kilometer. Kilometerslang reed hij moederziel alleen over de Alpenwegen. Niemand had gedacht dat als je zo vroeg weg zou rijden, dat je als winnaar op de Alpe d’Huez zou verschijnen. Maar Theunisse bleef maar die grote molen maar doordraaien.
De etappe op de nationale feestdag van Frankrijk stond vooraf als een loodzware bergrit te boek van 165 kilometer over de Col du Galibier en de Col de la Croix de Fer, eindigend op de Alpe d’Huez. Achter hem vochten Greg LeMond en Laurent Fignon om de gele trui. Voor hem lag alleen nog Alpe d’Huez. Ondanks de loodzware slotklim wist Theunisse zijn voorsprong vast te houden. Onder luid gejuich van duizenden Nederlandse supporters bereikte hij solo de finish. Het was misschien wel de mooiste Nederlandse overwinning ooit op Alpe d’Huez. Ik zie in mijn herinnering nog steeds die wapperende haren in de wind, maar vooral het afzien van Theunisse. Ik had altijd een geweldig zwak gehad voor Gert-Jan. Ik vond dat zijn talent nooit echt werd onderkend. Dat had zeker gemoeten, want Theunisse was een geweldig talent. Maar vooral de wil om altijd tot het uiterste te gaan (ten koste van alles) sprak mij enorm aan. Als iemand zichzelf echt pijn kon doen, dan is Theunisse daar het ultieme voorbeeld van.
Peter Winnen wint zelfs twee keer op de Alpe d’Huez
Wanneer we aan de “Nederlandse berg” denken kunnen we natuurlijk niet om één renner heen: Peter Winnen. De bescheiden renner uit Ysselstein, die later schrijver en columnist werd, presteerde het zelfs om twee etappes op de top van de Alpe d’Huez te winnen. In 1981 debuteerde hij in de Tour de France en baarde opzien met een ritoverwinning naar Alpe d’Huez, een vijfde plaats in het eindklassement en de eerste plaats in het jongerenklassement. In de tour de France van 1983 herhaalde hij dat kunststukje. En ik kan weten dat het (snel) beklimmen van deze berg niet aan iedereen is vergeven.
Wanneer over Alpe d’Huez wordt gesproken, denken veel Nederlanders aan de duizenden supporters die de berg ieder jaar oranje kleuren. En zeker ook aan het jaarlijkse evenement Alpe d’Huzes waarin duizenden vrijwilligers geld bij elkaar doneren voor de strijd tegen kanker (KWF). Maar begin jaren tachtig was dat nog lang niet zo vanzelfsprekend. Het was juist Peter Winnen die de basis legde voor de bijzondere band tussen Nederland en de Alpe.
In 1981 reed de toen 23-jarige Limburger zijn allereerste Tour de France. Hij was geen topfavoriet, maar beschikte over een uitzonderlijk klimtalent. Op weg naar Alpe d’Huez koos hij op het juiste moment zijn eigen tempo. Terwijl achter hem grootheden als Bernard Hinault en Lucien Van Impe elkaar in de gaten hielden, reed de debutant Winnen onverstoorbaar door. Ik zie nog de beelden van 1981 voor me in zijn Capri-Sonne (nog steeds bekend als knijp frisdrank) shirt. In 1983 reed hij overigens in dat schitterende TI-Raleigh shirt. Op de flanken van de Alpe keek hij zelfs even achterom en zag tot zijn verbazing de helikopter lager vliegen dan hijzelf – een beeld dat hem altijd is bijgebleven. Kort daarna bereikte hij solo de finish en won hij meteen bij zijn Tourdebuut de koninginnenrit naar Alpe d’Huez.
Herhaling in 1983
Twee jaar later, in 1983, bewees Winnen dat zijn eerste overwinning geen toevalstreffer was. Opnieuw kwam de Tour naar Alpe d’Huez en opnieuw sloeg de Nederlander toe. Ditmaal na een loodzware Alpenrit waarin de geletruidrager Pascal Simon uiteindelijk moest opgeven door een eerder opgelopen blessure. Winnen bleef koel, plaatste zijn aanval op het juiste moment en schreef voor de tweede keer de mythische klim op zijn naam. Misschien is de mooiste anekdote wel wat Winnen zelf jaren later vertelde over die tweede zege. Tijdens de beklimming voelde hij zich leeg en nam hij onderweg een paar slokken uit een beker met een bodempje bier die hem door een toeschouwer werd aangereikt. “Of het echt geholpen heeft weet ik niet,” zei hij lachend, “maar ik won wel.” Het typeert de ongedwongen sfeer van het wielrennen uit die tijd, waarin improvisatie soms net zo belangrijk leek als voedingsschema’s.
Sindsdien groeide Alpe d’Huez uit tot de ‘Nederlandse Berg’. Natuurlijk dankzij latere overwinningen van renners als Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse, maar Peter Winnen was degene die liet zien dat een Nederlander op de Alpe niet alleen kon overleven, maar er ook kon triomferen. Zijn twee zeges behoren nog altijd tot de mooiste hoofdstukken uit de Nederlandse Tourgeschiedenis. Later in een uitzending van Reporter in 2000 gaf Winnen toe dat hij in zijn carrière doping had gebruikt. Dit deed hij samen met Steven Rooks en Maarten Ducrot.
Wat een mensenmassa!
Het verhaal waar de dag mee begon was de toestand bij UAE. Wie was er niet ziek bij de rijkste ploeg van het peloton? Wellens is ziek. McNulty ziek naar huis. Yates was ziek. En ook Grossschartner is verre van fit. Hoe zou het staan met Pogacar en Del Toro? Ook van de laatste werd gefluisterd dat hij door het virus was gegrepen. Later in de middag zouden we weten in hoeverre dat het geval was.
En wederom was het direct na de start bal! Een grote groep maakte zich los van het peloton. In die groep zaten uiteraard (weer) veel van dezelfde namen die we de afgelopen dagen en weken ook al zijn tegengekomen: Yates zat er voor UAE (die was de afgelopen week nog goed ziek), Jorgenson en Kuss (Visma/LaB), vier man van Lidl/trek met uiteraard Pedersen (die hele goede zaken kon doen bij de tussensprint), uiteraard Healy en Carapaz (EF), Lenny Martinez, onze landgenoot Arensman en nog vele anderen. Overigens niemand die Pogacar kon bedreigen al was Martinez wel de best geklasseerde en die reed halverwege de etappe virtueel al op plek 7. De kopgroep van 42 renners lagen op 45 kilometer van de finish nog 4 minuten voor op de groep favorieten.
Mads Pedersen stelt zijn groene trui veilig
Inmiddels was er nieuws uit de koers, dat Visma/LaB weer een renner kwijtraakte, namelijk Affini. Die was te ziek om nog door te gaan. Inmiddels maakte de kopgroep zich op voor de tussensprint. Wanneer de oersterke Deen deze zou winnen is hij zo goed als zeker van de groene trui. En in Le Periér won Pedersen zoals verwacht de sprint. En zo zit de groene trui als maar steviger om de schouders van de renner die er de hele tour voor heeft gereden. Vooraan werd er vooral hard gereden door Armirail (Visma/LaB) die in dienst van ploegmaat en kanshebber Kuss reed. Op de voorlaatste klim werd de kopgroep uitgedund. Ook in de groep van de favorieten waren er nog maar een mannetje of 25 over. Op de top van de col du Nolet kwam Carapaz als eerste boven en kwam zo in de buurt van leider van de bollentrui Paret-Peintre.
Het was nu nog maar iets meer dan 25 kilometer naar de finish. De groep van de favorieten kwam iets dichterbij maar de voorsprong was groot genoeg om weer een kans te geven aan Arensman of wellicht opnieuw Carapaz. Bij het binnenrijden van Bourg d’Oisans was het verschil tussen kopgroep en de groep favorieten 3 minuut en 30 seconden.
Als je de berg oprijdt sta je meteen aan. Tot aan bocht 21 is het tussen de 10-12% stijgingspercentage. Foss was de gangmaker voor Arensman. De groep van de favorieten hadden 3 minuut en 19 seconden achterstand op de kopgroep. En juist op dat moment sprong Arensman weg. Die kreeg Martinez, Carapaz, Romo en Kuss mee. Het ging snel. Ayuso viel weg uit de groep der favorieten.
De G.O.A.T. gaat de uitdaging aan!
Op 11,8 kilometer voor de finish was het sein voor Pogacar. De Sloveen ging er met een splijtende demarrage vandoor. De rest had het nakijken en kon niet volgen. En nu begon de race tegen de klok. Voorin hoorde Kuss dat Pogacar eraan kwam dus versnelde de Amerikaan en kreeg Carapaz en Martinez mee. Yates wachtte op Pogacar en reed nog een aantal meters voor zijn kopman. De twee snoepte steeds meer seconden van hun achterstand af. Carapaz bleef maar demarreren, maar zonder succes. Yates reed een geweldige beurt voor zijn kopman. En dan te weten dat hij echt goed ziek was. Pogacar gaf een kort knikje en bedankte Adam. En ging alleen door op jacht naar het drietal.
Schandalige taferelen
Op 7 kilometer had het drietal nog 1 minuut en 20 seconden voorsprong op een ontketende Pogacar. Had Pogacar wellicht het record van Pantani in gedachten? Het record wat in de straat van Bourg D’Oisans hangt en een trekpleister is voor fietsende liefhebbers. Al moet je weken het liefhebber zijn om deze berg te beklimmen. Er stond zo ontzettend veel volk op de berg. Eigenlijk kan dit niet meer. Het was levensgevaarlijk voor de renners. Er waren politieagenten die mensen gewoon weg moesten duwen. Pogacar moest gewoon mensen weg manen. Dit kan echt niet meer. Schandalige taferelen waren dit. Op 3,5 kilometer zagen de drie het gele gevaarte komen. Pogacar had 3 minuut en 30 seconden goed gemaakt. Echt ongelofelijk. Bij de achterblijvers ging Remco er vandoor. Net voordat Pogacar aan ging sluiten ging Carapaz er opnieuw vandoor. Opnieuw ging de man uit Ecuador er hard vandoor. Pogacar had moeite om Carapaz in te rekenen. Martinez bleef in het wiel van Pogacar hangen. Op 2 kilometer rekende Pogacar dan toch Carapaz in. Wat een etappe en wat een beklimming is dit geworden!
Op Pogacar staat geen maat meer, zelfs records zijn niet meer veilig!
Het werd de finale die deze beklimming verdient. Boven op de berg in het dorp bolde de drie wat uit. Dat is vaak geen goed teken als je Pogacar even op adem laat komen. Op 750 meter van de finish vond de Sloveen het genoeg. Ondanks het goede en aanvallende rijden van Martinez en Carapaz was het Pogacar die opnieuw een vernietigende aanval plaatste. En die waren voor de Fransman en Carapaz te veel. Pogacar won de etappe die hij zo graag wilde winnen. De Sloveen bewees nogmaals dat hij de allerbeste (aller tijden) is. Pogacar bewees nogmaals dat hij boven iedereen staat want Tadej reed alle record uit de boeken. Pogacar reed in 35 minuten en 28 seconden naar boven. Dat is 1 minuut en 22 seconden sneller dan destijds Pantani deed. En sneller dan Arthur Blanc die ooit nog sneller reed. Er staat echt geen maat op de Sloveen. Evenepoel werd achter de twee achtervolgers, Kuss en Johannessen, de Best of the rest. Kort daarachter gevolgd door Del Toro die steviger in het wit kwam.
We hebben een geweldige etappe gezien. Wat een spektakel en dat belooft heel veel voor morgen als we 5000 hoogtemeters gaan bedwingen. Morgen staat De Koninginnerit op het programma met maar liefst drie beklimmingen van de Buitencategorie. Belangrijk wel is dat het peloton morgen niet opnieuw van Bourg D’Oisans de beklimming gaat doen, alleen het laatste stuk is hetzelfde.

