De Tour door de ogen van Jeroen (deel 8)

Waar kennen we de aankomst op de La Super Planche Des Belles Filles (zoals de berg officieel heet) ook al weer van? Het antwoord is natuurlijk: van de strijd Roglic en Pogacar in 2020. De legendarische tijdrit van 2020, waar Pogacar voor het eerst zijn suprematie liet zien aan de gehele wielerwereld door alles en iedereen op een hoop te rijden. Het klassement was dat Roglic 57 seconden voorsprong had op die andere Sloveen, Pogacar. Vooraf ruim genoeg, dachten de volgers. Immers, Roglic was in het peloton een van de betere tijdrijders.

Maar niets was minder waar. Onze landgenoot Dumoulin (toen nog heel goed) liet zien wie de beste was. Niemand kwam in de buurt van de tijd van de sympathieke Limburger. Echter, de tweestrijd Roglic-Pogacar stond op het punt te beginnen. Na het eerste tussenpunt was de achterstand al met 12 seconden verkleind en dat ging maar door. Iconisch blijft het beeld van een strijdende Roglic waarbij zijn helm 2 maten te klein leek. Dat beeld van een strijdende en zwoegende Roglic deed zeer bij al zijn volgers. Pogacar won. Afgemeten! Er kwam niemand in de buurt. De tijd van Dumoulin werd verpulverd en Roglic bleef achter met een enorme kater. Een zekere touroverwinning verdween in het zicht van de haven als sneeuw voor de zon.

De relatief korte geschiedenis van de berg

In 2019 was het overigens Dylan Teuns die de Vogezenrit naar Planche des Belles Filles winnend afsloot. Let ook vandaag op hem. Teuns is een goede renner. En de berg is voor hem persoonlijk nog eens heel belangrijk, omdat hij daar zijn huidige echtgenoot kort erna ten huwelijk vroeg na zijn winst.

Tot 2012 was de berg niet eerder het decor als aankomstplaats. Dat veranderde de afgelopen jaren flink. De Tour-organisatie vindt in 2019 een manier om de steilste klim van de Vogezen nóg steiler te maken. Voor de vierde finish op La Planche des Belles Filles wordt de klim met 900 meter verlengd, waardoor de slotkilometer deels over onverharde wegen gaat en stroken van 24 tot zelfs 26 procent kent. Onmenselijk voor de gewone renner. Ik heb wel eens 21% beklommen, maar het leek wel of ik stil stond. Grappige is als je stilvalt, dat je dan ook echt letterlijk en figuurlijk omvalt. Renners zijn daardoor niet onverdeeld enthousiast over ‘La Super Planche des Belles Filles’. “Ik vraag me af waarom ze dat stuk er nog bij hebben genomen”, aldus Steven Kruijswijk van Jumbo/Visma in 2019. “Want het is mij een raadsel hoe je daar zonder asfalt naar boven moet komen.” De vrees voor chaotische taferelen op de extra 900 meter werden gelukkig niet bewaarheid, maar het supersteile slot zorgt er wel voor dat de toppers bijna allemaal één voor één binnen komen. Vluchter Dylan Teuns won de etappe op La Planche des Belles Filles. In 2017 was het Fabio Aru die als winnaar alleen boven kwam. In 2014 legde Vicenzo Nibali de basis voor zijn touroverwinning van dat jaar op de toppen van de Planche des Belles Filles. En de eerste keer dat zij de berg beklommen was in het jaar 2012, toen Froome in de sprint afrekende met zijn grote rivaal Cadel Evans.

De beste klimmers in de geschiedenis van de Tour

Als je puur kijkt naar de resultaten van de winst om de befaamde bollentrui, dan moet je Richard Virenque opschrijven. En dan kan je niet zeggen dat je hem niet op 1 kunt zetten vanwege de vele verdenkingen van doping die als een waas altijd om hem heen hing. De reden is dat er veel renners uit de top 10 een luchtje van het befaamde D-woord om hun heen hebben hangen. En nog erger, er zijn renners ook daadwerkelijk gepakt op doping. Na Virenque was Lucien van Impe een echte klimmer. De sympathieke Belg won 6x het eindklassement om de bollentrui. Ook Spaanse legende Frederico Bahamontes won het eindklassement 6x. Het was dan wel een andere tijd, maar toen was bijvoorbeeld het materiaal niet te vergelijken met dan van nu. Bahamontes won zelfs in 1959 de Tour als pure klimmer. Ook namen als Charly Gaul en Marco Pantani mogen nooit op lijstjes ontbreken. De Luxemburgse kluizenaar was een fenomeen in slecht weer. Hoe slechter, het weer hoe meer Gaul in zijn element was en ook werkelijk door niemand af te stoppen was. Gaul won in 1958 de Tour.

Geweldige Colombianen

Toen ik begin juni op de Alpe d’Huez stond en naar beneden reed, zag ik in een van de bochten de naam van Marco Pantani staan. Pantani heeft ooit de snelste beklimming op de Alpe d’Huez op zijn naam staan. Op 19 juli 1997 reed de Italiaan in 36 minuten naar boven. 36 (!!) minuten. Daar droom ik van. Dan heb ik de eerste 10 bochten pas gehad. Verder een naam die echt niet mag ontbreken is die van Luis Herrera. In de jaren 80 waren de Colombianen nieuw in het peloton. En direct ook een absolute bezienswaardigheid. In de bergen waren ze direct onnavolgbaar. Vooral Herrera en zijn maatje Fabio Parra lieten vaak vuurwerk zien. Alleen in de vlakke etappes werden zij letterlijk en figuurlijk weggeblazen. Slecht weer (regen en wind) konden ze heel slecht verteren, waardoor het vaak voorkwam dat ze daar enorme tijdverliezen opliepen. Maar bovenal was het bergop genieten geblazen, van de overwegend kleine gedrongen renners op een naar inziens te grote fiets, om de echte klimmers aan het werk te zien. Van alle categoriën zijn de klimmers toch wel een beetje mijn favorieten.

Arme Kämna

Je zal Lennard Kämna heten en bij Bora rijden en aan een geweldige etappe bezig zijn. Het verhaal van de dag was een lange ontsnapping van een man of 7, waarin Simon Geschke en Kämna de sterkste waren. Deze twee bleven vooruit en het was uiteindelijk Kämna die er alleen vandoor ging. Geschke bleef zwemmend achter en zag de bui al hangen. De laatste drie kilometer van de berg La Super Planche Des Belles Filles waren adembenemend mooi, maar ook zo zwaar. Het steilste gedeelte was 24% (!!). Dat is onmenselijk en zo zag het er ook kort voor de finish uit. Ik zag zelfs Meintjes naast zijn fiets rennen, omdat het fietsend gewoon te steil was. Nog erger, de laatste kilometer was een onverharde weg. En toen was er stof….. heel veel stof.

Pogacar kent geen genade

Er was beulswerk van de mannen van Pogacar. Het waren vooral Bennett en met speciale vermelding Majka die zich niet onbetuigd lieten. Vooral de krachtexplosie van Majka was indrukwekkend. De een na de andere favoriet moest verstek laten gaan. Vlasov was o.a. het kind van de rekening van de superdag van zijn ploeggenoot, Kämna. Het leek in de laatste kilometer dat Kämna het ging halen. En eerlijk gezegd, ik had het hem zo gegund. Maar 100 (!!) meter voor de finish werd hij nog ingehaald. Eerst was het Roglic die aanzette met Vingegaard in zijn wiel. Pogacar bleef er als enige bij en toen ging Vingegaard aan voor zijn beslissende jump. 100 Meter voor de finish passeerde hij Kämna en het leek alsof dat genoeg was voor de winst. En toen was daar die dekselse Pogacar, die Vingegaard net voor de finish nog wist te passeren. Ongeloof op het gezicht van eerst Kämna en daarna Vingegaard. Maar eens te meer liet Pogacar zien, dat hij op dit moment de allerbeste is en dat zal niemand weerspreken. Als dit zo doorgaat wordt het een saaie Tour. Maar alle volgers houden hoop, dat Pogacar ook maar een mens van vlees en bloed is. We houden hoop……

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.