Merlier toont zijn spierballen!

Wat een enorme klap was dit voor de kansen op Tour winst van Visma/LaB. Het gehele jaar (vanaf de eerste dag van de wielrenkalender 2026 tot aan de dag van gister) is Pogacar echt de allerbeste. Pogacar had in het begin van zijn carrière nog wel een keer een slechte dag (3 en 4 jaar geleden voor het laatst in de Tour), maar de afgelopen twee/drie jaar is UAE met Pogacar aan de slag gegaan om Pogacar onoverwinnelijk te maken. We kijken naar een uniek talent dat we eens in de 50 jaar tegen zullen komen. 50 jaar geleden was dat een Belgische wielrenner die luisterde naar de naam, Eddy Merckx. 50 jaar later heet dat unieke talent Tadej Pogacar. Wat Merckx ook had is dat Pogacar alles beheerst (korte en lange klimmen, tijdrijden, lange solo’s en sprints) en ook alle wedstrijden (lees, vooral klassiekers) die op kalender staan. Zijn manager Gianetti gaf gister ook aan dat we op dit moment kijken naar een uniek talent en hij vergeleek hem met Michael Jordan. Maar dat hij zag dat gister ook Tadej heeft afgezien, alleen dat zag je (en dat is vaak bij winnaars) echt niet aan hem af. Het was “business as usual” voor de Sloveense veelvraat in overwinningen.

Stilte na de storm!

Na de bergen trekt de Tour vanuit Hagetmau richting Bordeaux. Hagetmau is geen grote Tourstad zoals Pau of Bordeaux, maar juist daardoor wel interessant: het ligt in de Landes, wat ligt tussen de Pyreneeën en de Atlantische route en de stad vormt in deze etappe het vertrekpunt van een vlakke rit van ongeveer 175 kilometer naar Bordeaux. De route voert door het Landesbos en eindigt in het centrum van Bordeaux, op de Place des Quinconces.

Hagetmau kun je makkelijk zien als “de stilte na de storm”: na het zware klimwerk van gister rond Gavarnie-Gèdre krijgt het peloton weer wat lucht, maar voor de sprinters begint de spanning juist opnieuw. De rechte wegen van Zuidwest-Frankrijk lijken eenvoudig, maar wind, zenuwen en positionering kunnen hier een vlakke rit verraderlijk maken. Een waaieretappe ligt op de loer. Een van de meest besproken waaieretappes was het die van de tour van 2020. In de 7e etappe trok Ineos/Grenadiers het peloton direct in drie waaiers. Na de passage door Hagetmau op 45 kilometer van de streep draaide de weg zo dat de wind opnieuw in waaierstand stond. Onder de slachtoffers Pogacar, Landa, Porte en Bauke Mollema. Van Aert won de sprint van het peloton wat voorop zat. Ook dit is een rit die nu nog steeds olie op het vuur is voor Pogacar als hij Visma/LaB een loer kan draaien.

Startplaats Hagetmau is zo goed als maagdelijk wit wat Tourhistorie betreft. Geen enkele rit vertrok er ooit of kwam er in de rijke rondegeschiedenis aan. Drie keer passeerde het peloton er wel eens in een zoevende vaart, maar daar bleef het bij. In deze Tour trekt de Landes-gemeente als prelude voor wat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een sprintetappe zal worden.

Bordeaux is vaak een sprintersstad

Aankomstplaats Bordeaux staat aan de andere kant van het spectrum. Maar liefst 133 keer (!!) was de hoofdstad van de Gironde al het decor van een Touretappe. Als de aankomststreep er getrokken wordt, kan je best je geld inzetten op een spurtbom. Wie er zowel al in het verleden wonnen waren: Jasper Philipsen (in de Tour van 2023), Marc Cavendish (2010), Tom Steels (1999), Erik Zabel (1997), Fréderique Moncassin (1996) en ga zo nog maar even door. Het zou al straf moeten zijn dat de winnaar deze jaargang niet luistert naar een achternaam als Philipsen, Girmay, Pedersen, Merlier, De Lie of Milan.

Bordeaux is dus één van de grote sprinttempels van de Tour. In deze Tour ontvangt Bordeaux wederom opnieuw een Touretappe; lokale bronnen spreken over de terugkeer van een mythische aankomst, drie jaar na de sprint van 2023. En reken maar dat Jasper Philipsen deze aankomst heeft omcirkeld als mogelijke kans op een overwinning. Die aankomst van 2023 was meteen historisch beladen. Mark Cavendish jaagde op zijn 35e Touretappezege, waarmee hij Eddy Merckx alleen zou passeren. In Bordeaux kwam hij dichtbij, maar Jasper Philipsen won de sprint. Een dag later viel Cavendish uit de Tour na een crash na een poging om opnieuw het record van de Belg te verbreken. Wat hem uiteindelijk een jaar later alsnog lukte.

Bordeaux heeft vaker grote sprinters zien schitteren. Denk aan Mark Cavendish, die er in 2010 won, en aan de lange traditie van massasprints in deze stad. Bordeaux wordt niet voor niets gezien als één van de meest klassieke aankomstplaatsen van de Tour, na Parijs één van de steden met de rijkste Tourhistorie. Cavendish won dat jaar 2010 overigens al een etappe in de 6e, voordat hij dat in de 18e etappe nog herhaalde. The ‘Manx Missile’ reed dat jaar voor HTC Columbia. Een schitterende ploeg die toen aan de basis stond van vele overwinningen. Cavendish was overigens niet de enige topsprinter van die ploeg, want ook de Duister André Greipel reed voor die ploeg. De Duitser had de geweldige bijnaam van Gorilla. Mark Renshaw was de vaste lead-out van Cavendish. De twee waren nagenoeg ongenaakbaar in de sprint.

“Waar Hagetmau het peloton uit de schaduw van de Pyreneeën laat vertrekken, ontvangt Bordeaux de renners als een oude Tourkoningin: statig, snel en altijd klaar voor een sprint die geschiedenis kan schrijven.”

De overwinning gaat naar de beste sprinter uit het peloton

In een wat saaie etappe (na al het spektakel van gister) richting Bordeaux duurde het niet lang, voordat de ontsnapping van de dag wegreed. In tegenstelling tot de eerste vlakke rit kreeg (opnieuw) Baptiste Veistroffer (Lotto-Intermarché) dit keer wél iemand met zich mee. Het was Jakob Otruba van wildcardploeg Caja Rurak-Seguros RGA die vanaf de start meereed met Veistroffer. De twee kregen van het peloton nooit meer dan twee minuten. De enige schermutselingen die er deze etappe waren, zijn de tussensprints geweest. Achter Veistroffer deed groene truidrager Pedersen goede zaken.

En zo ging het hele pak richting Bordeaux en zoals verwacht werd het in de Tour van 2026 dus ook een massasprint. Het was zaak dat de sprinters goed gepositioneerd waren. En Netcompany/Ineos, Cofidis en Alpecin waren goed voorin vertegenwoordigd. Alpecin speelde de kaart van Philipsen die België de langverwachte overwinning moest geven. Echter, het werd een andere Belg die er met de overwinning van door ging.

Philipsen trok na een sterke lead-out van Van der Poel op 250 meter de sprint aan, maar de Belg kwam snelheid tekort ten opzichte van de jagende meute. Gaviria leek zich nog in de strijd te gooien voor de overwinning, maar aan de andere kant van de weg had Tim Merlier duidelijk de beste benen in de sprint. Hij klapte over de rest heen en won overtuigend, voor Waerenskjold en Girmay. De sterke Max kanter werd vierde en Philipsen volgden nog als 5e.

De winnaar van een paar dagen geleden, Olav Kooij, raakte ingesloten in de laatste 400 meter en kon niet sprinten, waardoor hij buiten de top-20 eindigde. Pogacar reed vandaag soeverein in de gele trui mee en behield die trui. Morgen op weg naar Bergerac, waarin de sprinters opnieuw de kans krijgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.