Als wielerliefhebbers over Orcières-Merlette praten, gaat het bijna altijd over 8 juli 1971.Die dag vond één van de grootste demonstraties uit de Tourgeschiedenis plaats. De grote favoriet in dat jaar was natuurlijk Eddy Merckx, die vrijwel alles won wat er te winnen viel. Zijn bijnaam was niet voor niets “De Kannibaal”. Eddy Merckx had de wielerwereld jarenlang gedomineerd. Vrijwel niemand geloofde nog dat hij te verslaan was. Maar op weg naar Orcières-Merlette besloot een Spaanse klimmer, Luis Ocaña, al op de Col du Noyer aan te vallen. Wat volgde was een solo van ruim zestig kilometer.
Luis Ocaña had vooraf al uitgesproken dat hij niet bang was voor Merckx. Waar veel renners zich neerlegden bij de suprematie van de Belg (waar kennen we dit beeld nog meer van?), geloofde de temperamentvolle Spanjaard dat hij hem in de bergen kon breken. En hij maakte zijn woorden waar. De eerste waarschuwing kwam enkele etappes voor die beruchte 8 juli op de Puy de Dôme, waar Ocaña Merckx aanviel en kostbare seconden terugpakte. Het was de eerste scheur in het harnas van de Kannibaal. Maar de echte mokerslag volgde enkele dagen later op weg naar Orcières-Merlette. Met nog ongeveer zestig kilometer te gaan koos Ocaña voor de aanval. Hij keek niet om, reed alsof hij een individuele tijdrit afwerkte en vergrootte kilometer na kilometer zijn voorsprong. Zelfs zijn ploegleider probeerde hem nog af te remmen omdat hij al zoveel tijd had gewonnen. Ocaña antwoordde slechts: “Dan maak ik er nóg meer van.” Uiteindelijk zette hij Merckx op een achterstand van 8 minuten en 42 seconden, de grootste nederlaag die de Belg ooit in een Tourrit zou lijden.
Na afloop sprak Merckx woorden die zelden uit zijn mond kwamen. Hij erkende zonder omwegen de superioriteit van zijn rivaal en vergeleek Ocaña met de legendarische Spaanse stierenvechter El Cordobés: “Vandaag heeft Ocaña ons allemaal afgemaakt, zoals El Cordobés zijn stieren verslaat.” Manuel Benítez Pérez, beter bekend als El Cordobés, was een beroemde Spaanse matador uit de jaren 1960. Hij bracht het stierenvechten erg onorthodox acrobatisch en theatraal. Hij werd een van de allergrootste in zijn soort.
Het noodlot staat toe voor Luis Ocaña
Plotseling leek de Tour beslist. Ocaña droeg het geel met ruim acht minuten voorsprong en oogde ongenaakbaar. Zelfs ervaren Tourjournalisten en wedstrijdleider Jacques Goddet waren ervan overtuigd dat Merckx voor het eerst in jaren zijn meerdere had gevonden. Maar de Tour is onvoorspelbaar. Merckx gaf zich niet gewonnen en viel de dag na de rustdag meteen aan, waarmee hij twee minuten terugpakte. Toch bleef Ocaña de sterkste klimmer en leek hij de koers volledig onder controle te hebben. Pas in de Pyreneeën sloeg het noodlot toe. Op de spekgladde afdaling van de Col de Menté kwam Ocaña ten val en werd vervolgens geraakt door andere renners. Zijn droom om de Tour van 1971 te winnen eindigde niet doordat hij werd verslagen, maar door een dramatisch ongeval.
“Sommige Tourhelden worden herinnerd om hun overwinning. Luis Ocaña wordt herinnerd om een Tour die hij waarschijnlijk had moeten winnen. In 1971 bewees hij dat zelfs de grote Eddy Merckx niet onoverwinnelijk was. Dat alleen al maakte hem onsterfelijk.”
Toch beschouwen veel kenners de prestatie van Luis Ocaña op die 8e juli 1971nog altijd als één van de indrukwekkendste solo-overwinningen uit de geschiedenis van de Tour. Merckx won uiteindelijk opnieuw de Tour, maar gaf later toe: “Ik heb de Tour misschien wel verloren in Orcières… en alleen teruggewonnen door de pech van Ocaña.”
Rooks is niet te stoppen!
Voor ons als Nederlanders zal de aankomstplaats altijd herinneren aan de Tour de France van 1989. Het jaar ervoor in 1988 won Rooks in de befaamde blokjestrui (de beste renner in alle klassementen) ook al de rit naar Alpe d’Huez. In de Tour van 1989 stond er een klimtijdrit naar Orcières-Merlette op het programma. De Nederlandse klimmer Steven Rooks verkeerde dat jaar in uitstekende vorm en reed een fenomenale tijdrit bergop. Het betrof de vijftiende etappe op 19 juli, die verreden werd over een afstand van 39 kilometer van Gap naar het skioord Orcières-Merlette. Geen ploeggenoten, geen tactiek en geen mogelijkheid om je te verstoppen. Alleen de renner, de berg en de klok.
Dat was precies het terrein waarop Steven Rooks uitblonk. De man uit Noord-Holland had een hele goede eigenschap die nu heel goed van pas kwam, jezelf heel erg pijn kunnen doen. Rooks reed een bijna perfecte klim en was sneller dan alle concurrenten. Zijn overwinning was niet alleen een persoonlijke triomf, maar bevestigde opnieuw dat Nederlandse klimmers zich thuis voelden in de Alpen. Acht jaar eerder had Peter Winnen gezegevierd op Alpe d’Huez; nu liet Rooks zien dat Nederland ook op Orcières-Merlette geschiedenis kon schrijven. De Tour van 1989 zou uiteindelijk de boeken ingaan vanwege de legendarische eindzege van Greg LeMond met slechts acht seconden voorsprong op Laurent Fignon. Daardoor raakte de overwinning van Rooks enigszins op de achtergrond. Toch behoort zijn klimtijdrit nog altijd tot de mooiste Nederlandse prestaties in de Tour.
Rooks bleef in deze tijdrit de Spanjaarden Marino Lejarreta en Miguel Indurain voor. Hij versloeg alle favorieten en pakte een prachtige ritzege. Het was een van de mooiste individuele prestaties uit zijn carrière. Later won Rooks ook de bollentrui. Het was ook het begin van de hegemonie van de Spanjaard, Miquel Indurain. De Spanjaard zou 5x achter elkaar de tour winnen.
2020, het jaar van de Sloveense renners
Na een afwezigheid van 31 jaar keerde de Tour in 2020 terug naar Orcières-Merlette. Op de eerste echte bergaankomst wachtte iedereen op een duel tussen de klassementsrenners. Primož Roglič stelde niet teleur. Met een krachtige sprint op de laatste honderden meters versloeg hij onder anderen Tadej Pogačar en pakte hij zijn eerste ritzege van die Tour. Het bleek de opmaat naar een Tour waarin Slovenië de wielerwereld zou verbazen. Het werd uiteindelijk een geweldige apotheose, want de klimtijdrit bracht de beslissing dat jaar en Pogacar steeg toen tot ongekende hoogte. Wat hem uiteindelijk zijn eerste Tourwinst opleverde. Velen van ons zien nog steeds dat ene beeld voor zich van Roglic. Die vertwijfelde blik met die helm die helemaal scheef op zijn hoofd zat. Net alsof hij in een andere wereld terecht was gekomen. Maar het was dan ook een enorme mokerslag die zijn landgenoot aan hem uitdeelde. Pogacar vloog letterlijk en figuurlijk over de weg richting Orcières-Merlette. Het is dan ook te vergelijken aan de “8 seconden verschil” tijdrit van LeMond en Fignon in 1989. Deze twee tijdritten zullen de geschiedenisboeken ingaan als een van de allermooiste. Het zijn juist die wedstrijden die de sport zo mooi maken.
Carapaz is los en gaat!
Het was van tevoren een etappe voor de vluchters en zo geschiedde ook. Het zag er echter in het begin niet goed uit voor EF. De ploeg van Jonathan Vaughters die ontsnappingen als middel om te winnen heeft. Carapaz was er deze Tour al dichtbij, maar toen was het vooral Pogacar die dat een halt toeriep. Nu had Pogacar andere uitdagingen. Het werd duidelijk, dat naast Yates gister ook Wellens en McNulty geveld werden door een virus. McNulty moest opgeven en verliet de Tour en daardoor verloor UAE (lees, Pogacar) een belangrijke pion in de laatste etappes. Door de ziektes in de ploeg vond UAE het ook wel goed. De noodzaak om iedereen bij elkaar te houden was er niet. En ook Red Bull/Bora vond het wel best en zo liep er een sterke groep weg zonder mannen van EF.
De eerste kopgroep werd gevormd door niemand minder dan Pedersen die nog steeds vocht voor de Groene trui en die ook het liefst voor Parijs veilig wilde stellen. De Deen mikte wederom op de tussensprint die hem opnieuw 25 punten opleverde en zodoende weer uitliep op zijn grote concurrent. Inmiddels had EF de orde hersteld en Carapaz maakte deel uit van een zestal die de zegen had van het grote peloton. Het waren Jorgenson (Visma/LaB), wederom Tobias Johannessen (Uno-X), V. Paret-Peintre (Soudal), ook wederom Mauro Schmid, die gister al tweede werd en Raul Garcia Pierna (Movistar). Het waren ook precies de ploegen die van tevoren voorspeld waren. En het zou allemaal aankomen op die laatste klim naar Orciéres-Merlette. Op minder dan 5 kilometer waren er al speldenprikjes van Jorgenson en Schmid, maar de koplopers moesten het antwoord schuldig blijven op de splijtende demarrage van Carapaz.
Eindelijk de beloning voor Richard Carapaz
De man uit Ecuador was los en reed alsof hij zelf door de duivel achterna werd gezeten. Achter Carapaz waren alleen Schmid en Jorgenson nog een beetje in staat om bij te blijven. Maar Carapaz reed onbedreigd naar zijn tweede overwinning in de Tour de France. Achter de grote winnaar van de dag werd Schmid net als gister tweede en Jorgenson derde. Het was eindelijk dan een beloning voor EF, die het vaker deze Tour hadden geprobeerd, maar dwars werden gezeten door de dadendrang van de geletruidrager. Nu was het eindelijk Carapaz die het lukte om te winnen. Mooi was ook het gebaar van Pogacar boven aan de finishlijn. Het was een warme omhelzing van twee renners die elkaar enorm respecteren. Het was tevens een jubileumoverwinning voor Carapaz, want dit was de 25e overwinning in zijn carrière.
Morgen gaat het dan echt los als we voor de eerste keer gaan eindigen op de top van de Alpe d’Huez. De handschoenen worden uitgegooid en we gaan helemaal los!!

