De rookwolken van gister zijn opgetrokken. En wat overblijft zijn vragen, veel vragen. De belangrijkste vraag zal zijn voor Visma, en wat nu? Vandaag op de rustdag zal het gesprek met de ploeg een totaal andere insteek krijgen dan de voorbereiding vooraf aan deze Tour. Hun kopman (Vingegaard) is uit de Tour. Daar was ook met de samenstelling van de ploeg ook deze Tour op afgestemd. Het doel is het rijden voor de gele trui. Die ambitie c.q. doel is door de valpartij van de Deen als sneeuw voor de zon verdwenen. Dus rijst de vraag wat de geel/zwarte brigade nu nog in de laatste week kan doen.
Kuss rijdt prima en was steevast de laatste die Vingegaard ter zijde stond. Jorgenson valt tegen en lijkt ook niet in vorm. Campenaerts is Campenaerts, die is altijd goed alleen het is geen afmaker, al weet hij wel wat het winnen van een touretappe is. Affini en Hagenes nagenoeg niet gezien. Armirail vooral in het begin van de etappes gezien en in de afgelopen week zat hij vaak mee in ontsnappingen. En dan heb je nog Piganzoli die in de eerste week goed was, maar een terugslag had in de tweede week. Maar ook voor hem geldt, het is zijn eerste Tour. Al met al zal Marc Reef (ploegleider) niet vrolijk worden met deze opsomming. Ze zullen hun wagonnetjes dus moeten aansluiten bij de trein van EF, Movistar en Uno-X, Dat zijn de ploegen die voor de dagsuccessen in de bergen gaan. Dat is de enige optie die ze nu nog hebben.
Een kort terugblik m.b.t. week twee
Na een eerste week waarin vooral de sprinters, klassiekerspecialisten en aanvallers de hoofdrol opeisten, heeft de tweede Tourweek de wedstrijd volledig veranderd. De bergen hebben hun intrede gedaan en zoals zo vaak in de Tour de France geldt: de waarheid ligt bergop. De Vogezen vormden het eerste decor waarin de klassementsrenners zich echt moesten tonen. Op de steile hellingen werd duidelijk wie met de beste benen aan de derde week begint en wie langzaam maar zeker terrein moest prijsgeven. Iedere demarrage, iedere aanval en iedere seconde kreeg ineens veel meer betekenis. Wat we daaruit op kunnen maken is dat Pogacar in supervorm verkeert, althans in de afgelopen twee weken. En dat Evenepoel zijn neus tegen het venster heeft geduwd. Die gaat morgen voor twee keer achter elkaar. Verder is Del Toro goed, maar gister (wellicht ook door de val) niet super. Rijdt Seixas sterk, zeker als je bedenkt dat hij pas 19 jaar is en dit zijn eerste Tour is. Overigens geldt dat laatste ook voor Del Toro. En komt Lipowitz (en dus ook zijn ploeg) nu op een kruispunt terecht of de Duitser wordt gebruikt om Evenepoel naar die tweede plaats te loodsen. Of mag de Duitser voor zijn eigen kansen gaan ongeacht dat dit consequenties heeft voor de Belg? En dan heb je nog Ayuso. Die zat vorig seizoen bij UAE en zal gebrand zijn om in ieder geval Del Toro niet op het podium te laten komen.
Wat vooral opviel, was dat de verschillen in het klassement nog altijd relatief beperkt zijn. Zeker als je het bekijkt van plaats 2 tot aan plek 6 waar er maar 2:30 minuut tussen zit. Dat belooft veel voor de slotweek. Al is de verwachting dat Evenepoel morgenmiddag steviger op die tweede plaats zal staan. En dan wachten de Alpen immers nog. Ik verwacht een spervuur aan demarrages van de niet favorieten ploegen, denk daarbij aan EF, Visma/LaB, Movistar en Uno-X. Die zullen zeker voor de dagsuccessen gaan rijden. En helemaal als je weet dat er einde deze week twee keer op de (commercieel zeer aantrekkelijke) Alpe d’Huez wordt gefinisht.
De komende dagen wachten de hoogste bergen van deze Tour. Daar zullen de klassementsrenners hun kaarten definitief op tafel moeten leggen. De strijd om de gele trui is na gister onthoofd, maar de strijd om de plekken 2 en 3, de bolletjestrui, de witte trui en de etappezeges liggen nog volledig open.
Franse autoriteiten bemoeien zich ongevraagd met het koersverloop
De belangrijkste vraag die boven de markt hangt is waarom er gebruik is gemaakt van de tijdstippen van dopingcontroles. Er is jaren geen gebruik van gemaakt en het is wel heel toevallig dat er nu een Fransman vooraan rijdt er opeens gebruik wordt gemaakt van die regel. Het kwam later uit dat niet de ASO of UCI deze dopingcontrole heeft aangevraagd, maar dat dit een Franse dopingcontrole is. Althans omdat er op Frans sportgebied een wedstrijd wordt gehouden, mogen ze dit doen. En die zijn niet aan de regels van de UCI gebonden. Blijft het feit wel dat er een gegronde reden moet zijn. En die is niet bekend gemaakt. Dus kan je alleen maar vermoeden dat de Fransen er alles aan willen doen om Seixas op het podium te krijgen. Maar laat hem daarvoor dan gewoon zelf rijden in plaats geholpen te worden door de autoriteiten. Maar ja, op het WK wordt VARgentinië ook aan alle kanten geholpen. Gelukkig dat gister de sport in ieder geval in Amerika heeft gewonnen. En zo zal het ook in de Tour zijn.
En tot slot is er nog de vraag of Pogacar het Remco gunde of dat Remco Evenepoel gewoonweg de sterkste was. Als je de sprint keer op keer gaat herhalen, zie je niet een Pogacar die voluit gaat. Ook al gaat het wat omhoog, komt Pogacar niet uit het zadel. En in een sprint is dat een gewoonte. Op de dag dat Vingegaard uitviel, zou het Pogacar slecht uitkomen als hij weer zou winnen. Dan had hij alle opinie tegen zich gehad als hij juichend over de finish kwam. Dan maar Del Toro laten winnen, bedacht Pogacar onderweg. Even leek dat plan te lukken, maar er werd niet op Evenepoel gerekend. Maar ik denk dat dit UAE juist achteraf goed uitkomt. Nu zal niemand de ploeg erop aanspreken, ondanks dat het eindresultaat voor de ploeg geweldig is. Dan maar geen etappewinst, maar wel winst op alle vlakken buiten dat resultaat.
Rustdagen zijn er voor de rust
Rustdagen waren vroeger allesbehalve rust. Renners moesten vaak honderden kilometers afleggen naar de volgende startplaats, gaven interviews en deden sponsorverplichtingen. Vaak waren de rustdagen ook momenten dat de ploegen de sponsoren in het zonnetje zetten. Zie het verhaal bij de eerste rustdag over de befaamde mosselparty’s.
Er wordt verteld dat sommige renners op een “rustdag” uiteindelijk meer dan 150 kilometer op de fiets zaten. Van rust was nauwelijks sprake. Eddy Merckx stond erom bekend dat hij op een rustdag nauwelijks rust nam. Waar veel renners hun benen omhoog legden, reed Merckx juist twee à drie uur los omdat hij bang was “slechte benen” te krijgen. Vrijwel iedere grote Tourploeg heeft een kapper die tijdens een rustdag langskomt. Waarom? Omdat helmen beter zitten, foto’s mooier zijn en sommige renners geloven dat een fris kapsel ook mentaal helpt. Een traditie die al tientallen jaren bestaat.
Tijdens een rustdag draait de complete Tourorganisatie op volle toeren. Per ploeg worden dagelijks tientallen kledingstukken gewassen. Denk aan:
- koersshirts
- koersbroeken
- sokken
- handschoenen
- regenjacks
- bidons
- handdoeken
Terwijl de renners uitrusten, draait de ploeg gewoon door. Vaak zie je dat de renners kort de familie zien. Even een moment samen nadat ze al weken van huis zijn. In de ochtend gaan de meeste ploegen even “los” fietsen. Dan hebben ze nog wat commerciële of media afspraken. En dan nog wat family-time. Een rustdag gaat voor de meeste renners ook wel weer snel voorbij. Waarbij ik denk dat het op deze rustdag ook wel weer lekker is dat ze even niet de spanning van het koersen voelen. Het is tenslotte nog 6 etappes, waarbij de laatste drie nog best lastig zijn met twee keer Alpe d’Huez.
Routine van “El Rey”
Mijn held Miquel Indurain had een bijna legendarische rustdagroutine. Iedere rustdag verliep identiek.
- Uitslapen
- Rustig ontbijt
- Twee uur losfietsen
- Massage
- Middagdutje
- Vroeg naar bed
Hij wilde hier dan ook nooit van afwijken wist ook zijn trouwe (Nederlandse) luitenant Erwin Nijboer. Zijn ploeggenoten zeiden dat je je horloge erop gelijk kon zetten.
De geschiedenis van de klimtijdrit
Een individuele tijdrit wordt vaak geassocieerd met lange, vlakke wegen waarop specialisten tegen de klok rijden. Maar in de jaren zeventig begon de Tour te experimenteren met een nieuw concept: de klimtijdrit. In 1975 stond een tijdrit op het programma die grotendeels bergop liep richting Avoriaz. Het bleek een compleet andere discipline. Aerodynamica speelde ineens een veel kleinere rol; het draaide om pure klimkracht, souplesse en het vermogen om jezelf volledig leeg te rijden. De etappe werd een spektakel. Renners die op het vlakke uitstekende tijdrijders waren, verloren minuten. De echte klimmers kwamen juist bovendrijven. Het liet zien dat een klimtijdrit een klassement volledig op zijn kop kon zetten. Die Tour kreeg bovendien een historische betekenis. Bernard Thévenet zou later dat jaar een einde maken aan de hegemonie van Eddy Merckx, die vijf Tours had gewonnen. De klimtijdrit was een van de momenten waarop duidelijk werd dat er een nieuwe generatie klaarstond. Overigens was de langste tijdrit ooit 139 kilometer lang. Die tijdrit vond plaats in de Tour de France van 1947.
Morgen staat de klimtijdrit weer op het programma en zal Remco Evenepoel als grote favoriet trachten om zijn tweede zege op rij te boeken en dichterbij Pogacar te komen. Het parcours is perfect geschikt voor Evenepoel. Het gaat vanaf het begin direct omhoog. De vraag is meer wat de renners doen in het begin, direct op de tijdritfiets of stappen ze boven op de col van de tweede categorie, Côte de Larringes, pas over op de tijdritfiets? In totaal is het 10 kilometer klimmen en 16 kilometer dalend en vlak.

