De Tour door de ogen van Jeroen (deel 11)

De rustdag!

En wat een rustdag is dit. Iedere renner is spanning op de uitslag van de Covid testen. Gister zag ik bij de avondetappe weer beelden die ik twee jaar terug ook zag. Witte tenten, mensen in witte jassen en mondkapjes. Ik zag Wout van Aert zenuwachtig voorbij schuiven. Dacht eerst gehoord te hebben, dat er geen beelden of foto’s gemaakt mochten worden. Maar dat geldt waarschijnlijk niet voor de NOS. Gelukkig maar, want je wilt als liefhebben wel graag weten, wat er allemaal plaatsvindt in de Tour.

Waar bij het EK voor vrouwen (na de positieve test van Jacky Groenen) iedereen in rep en roer is, kwam uit Frankrijk het verlossende woord: Alle Coronatests waren negatief. Toch vreemd dat Guillaume Martin de enige is die gister positief was. Of gaat de ASO net zo met positieve testen om als ze dat jaren hebben gedaan met de positieve testen van Armstrong. Je zou er toch niet aan moeten denken dat dat jaren later uitkomt. Als wij ons gaan testen, zijn we positief dan wel negatief. Een tussenweg is er niet. Bij het wielrennen gaat het tegenwoordig net even wat anders. Alle renners moeten voorafgaand en tijdens (dus let op, vandaag kan je zomaar positief zijn!) de rustdagen een antigeen-coronatest doen. Is deze positief, dan volgt een PCR-test. Dus te vergelijken met: eerst thuis testen, dan snel naar de GGD om daar ook te horen of niet dat je positief bent. Maar bij het wielrennen wordt gekeken (als je dus positief eerst bent getest) of er veel virusdeeltjes aanwezig zijn. Hoe doen ze dat dan? Het stokje wat in je neus en bijna in je hersenen wordt gestoken, wordt gekeken of er heel veel virusdeeltjes zichtbaar zijn. Mijn vraag is dan: hoe kan je die tellen? Gaat iemand onder een microscope al die deeltjes tellen? Dat zou mooi uitkomen, want dan zijn de uitslagen er pas als de Tour is afgelopen.

Dit klinkt bij mij weer als een wassen neus. Nee, wij van de ASO (what’s in a name) doen het goed, wij testen. Dat het anders gaat als normaal maakt niet uit. Wij testen. En zo geschiedde dat dus ook aan alle testen van gistermiddag laat. Het verlossende woord kwam eruit: “Alle coronatesten waren negatief!”. Dat kwam ook als een volslagen verrassing. Ik denk dan, gelet op alle commercie, dat het een enorme klap is als er een stel renners wel positief zouden zijn. Je hoorde verschillende renners klagen over verkoudheid (waaronder Bauke Mollema), maar gelukkig was niemand daarvan gister besmet. Vreemde was wel (of is dat stom toeval?), dat het merendeel (behalve de arme Declercq, Trentin, Coquard en Martin) van de positief geteste personen in de Tour volgers waren. Hoe toevallig is dat? Ik ben niet zo’n complot denker. Al lijkt dat wellicht nu wel zo. Wat ik vreemd vindt, dat sommige zaken toevallig zijn. Dat intrigeert mij altijd enorm. Hoe zo is iets toeval? Toeval kan, maar een stemmetje in mij zegt dat het niet bestaat. Net zoals het gezegde dat verteld. Toch houd ik mijn hart vast voor vandaag. Het zal toch niet dat er nog meer renners zullen zijn, buiten de 4 hierboven genoemde renners, die niet meer van start mogen. Dat zou een devaluatie zijn van deze Tour. Maar we blijven positief … en geloven in toeval zodat morgen iedereen weer op de fiets zit.

Morgen een dag voor de aanvallers?

Morgen gaat de tourkaravaan van Morzine Les Portes Du Soleil naar Megéve. Dat ligt weer dichtbij de Italiaanse grens. Thierry Gouvenou (de bouwer van alle etappes in de Tour) koos voor, zoals hij zegt, mild klimwerk. Wat is mild klimwerk? Dat zijn niet de bergen van 1e of buitencategorie, maar juist van de 2e tot en met de 4e categorie. Bergen die niet qua stijgingspercentage vervelend of moeilijk zijn, maar juist bergen die goed te doen zijn voor aanvallers, zoals….. Wout van Aert. Ik zag Matthieu van der Poel ook de laatste dagen zijn neus aan het front drukken. Wellicht dat de rustdag van vandaag hem dat laatste stukje vertrouwen geeft om het morgen een keer te gaan proberen. Vlak morgen Dylan Theuns en Bauke Mollema ook niet uit. Die zouden morgen ook best wel eens vooraan kunnen zitten. Voor alle vier is morgen een uitgelezen mogelijkheid om voor ritwinst te gaan. Of dat een favoriet opeens minuten terugpakt. Ooit heb ik Claudio Chiappucci zou ooit eens bijna een Tour zien winnen.

De grote doorbraak van Claudio

Claudio Chiappucci begon ooit als eendagsvlieg. Puur toeval was het, dat hij in de Tour van 1990 in het geel kwam te rijden. De koers was nog nauwelijks op gang geschoten of vier man maakten zich in hoog tempo los uit het peloton. Het was meteen de goede ontsnapping. Die renners waren: Nederlander Frans Maassen, Fransman Ronan Pensec, Canadees Steve Bauer en Claudio Chiappucci. Gemiddelde renners, maar zeker geen kanshebbers voor het eindklassement. De 4 renners hielden aan de finish een voorsprong van tien minuten (!!) over op het peloton. In deze tijd is dat echt een uitzondering, omdat de sprintploegen of klassementsploegen een vluchtpoging altijd dichtbij zich houden. Maassen won de etappe, Bauer kreeg het geel. Het jaar 1990 werd de grote doorbraak van Chiappucci. Vóór de Tour had hij al het bergklassement van de Giro gewonnen door eindeloos aan te vallen in de bergen. Zijn nieuwe dokter, Conconi, stond innig tevreden aan de finish. Zijn onorthodoxe trainingsmethoden wierpen nog sneller vruchten af dan verwacht. Conconi is beroemd geworden om zijn Conconi-test waarbij er een relatie gelegd wordt tussen de loopsnelheid en de hartslag. In die Tour van 1990 duurde het tot de slottijdrit alvorens Chiappucci het geel moest afstaan aan LeMond. Hij had gestreden, hij had aangevallen, hij had zijn huid duurder verkocht dan iemand hem ooit waard had geacht, en hij had de harten van de Italiaanse supporters gestolen. Hij werd uiteindelijk tweede en stond op het podium in Parijs. Vol trots op wat hij had bereikt. De twee jaar erna won hij de bollentrui en werd hij achtereenvolgens derde en weer tweede. Zijn naam was gemaakt. Claudio had alleen één pech. Eerst was er in 1990 Lemond die hem de voet dwars zat op eeuwige roem. De jaren daarna was het Spanjaard Induarin die ongenaakbaar was.

Op naar de dag van morgen. Maar stiekem verheug ik mij nog meer op de rit van overmorgen, als de tourkaravaan twee bergen van de buitencategorie bezoekt, de Galibier en de Col du Granon serre Chevalier. Maar nog meer op die van donderdag, wanneer de Tour ontbrandt als ze eindigen op de Alpe d’Huez na eerst de (opnieuw) Galibier en de Croix de Fer hebben beklommen. Voor mij is dat heel speciaal, omdat begin juni dit het toneel voor mij was om mee te doen aan de Alpe d’huzes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.