Jeroen ziet; een meer dan terechte lofzang

Eindelijk, daar was de dag van de tijdrit. Voor mij als liefhebber de mooiste discipline in het wielrennen. Het meest eerlijke ook. Want in de bergen kan iemand goed zijn, maar vaak wordt de renner daar nog geknecht (lees, geholpen door een ploegmaat).

Hoe anders is dat bij een tijdrit. Daar kun je je als renner niet verschuilen. Daar moet je met de spreekwoordelijke billen bloot. En vandaag was zo’n dag.

Als klein jongetje zat ik mij vroeger (vanaf mijn 9e) al te vergapen aan de echte mannen, de tijdrijders. Vroeger was het vaak op de macht. De eerste die indruk op mijn maakte was de Breton, Bernard Hinault. Bijgenaamd ‘de Das’. Vaak heb ik over hem geschreven. Hinault was mijn allereerste idool. Nog meer dan Geels, Tahamata, Ling en andere spelers van Ajax. Hinault stond bij mij op eenzame hoogte. Waarom? Omdat ik als kleine jongen vond dat hij de beste was aller tijden. Beter dan Merckx, die ik helaas nooit live heb zien fietsen. Achteraf was het natuurlijk onzin, want iemand als Merckx zal er nooit meer komen. Merckx (ook een aardige tijdrijder) was de Michael Jordan, Tiger Woods en Michael Schumacher van het fietsen. Kortom, de allergrootste. Na Hinault kwam er een Spanjaard die zo nodig nog meer indruk op mij maakte. Na Hinault kreeg je de mannen die kracht en souplesse gingen combineren en daarmee ongelofelijke snelheden behaalde. In mijn ogen de allerbeste kwam uit Spanje.

Geboren in het plaatsje Villava. Zijn naam: Miquel Indurain Larraya. En voor mij is Indurain nog steeds de allergrootste. Groter dan Hinault, Lemond, Froome, Contador, monsieur ‘60%’ Bjarne Riïs of de Amerikaanse dopingzondaar en fantast Lance Armstrong. Indurain was zo goed, dat ik na de etappes snel buiten op mijn gewone fiets stapte en een rondje ging rijden in de buurt. En op de fiets was ik toen Indurain. De man had een longinhoud die 1,5 zo groot was dan de gemiddelde mens. Indurain was bedeesd, absoluut verre van enige sterallures (terwijl hij die wel verdiende), maar bovenal kon hij zo mooi op een fiets zitten. Mensen die de laatste jaren mijn stukjes hebben gelezen kennen mijn adoratie voor Indurain.

Maar vandaag is mijn adoratie een beetje verschoven naar een andere renner. Kan dat nog op oudere leeftijd dat je renners ontzettend bewonderd? Ik denk het wel. Maar dat komt ook omdat ik snap wat hij ervoor moet doen. Als je zo hard moet kunnen rijden, dan moet je heel hard trainen. En natuurlijk is een deel ook aangeboren talent, de appel valt in zijn geval niet ver van de boom door zijn vader. Maar de prestatie die Matthieu van der Poel vandaag liet zien heeft zelfs de absolute kenners verbaast.

Het was vandaag de dag van de tijdrit. Vooraf waren er een paar echte favorieten; zoals winnaar van vorig jaar Pogacar, de Zwitser Küng, die vreselijk hard kan rijden, Asgreen van Ceuninck-QuickStep, Roglic, mits hij geen last van al dat verband zou hebben en de Italiaan Cattaneo. Maar de grootste kans werd toegedicht aan Wout van Aert. En Matthieu van der Poel dan? Natuurlijk, het geel om zijn schouders helpt zeker mee, maar topfavoriet…. Nee. Dat dichtte eigenlijk niemand hem toe. Al geloofde iedereen er bij zijn ploeg, Alpecin-Fenix wel in. Tot vannacht waren zij bezig geweest om zijn fiets echt optimaal af te stemmen. Zijn wielen werden uit Spanje gehaald. Een Nederlandse hotelier had in de buurt van zijn hotel een wielrenner wonen die speciale wielen had van Cervelo. Van der Poel geloofde heilig in het nut van deze wielen en zo geschiedde dat een hotelier 10 uur in de auto er voor over had om Van der Poel in optima Forma voor te bereiden.

De eerste renner die vandaag een mooie tijd op de klokken liet zetten was de Deen Mikkel Bjerg. Bjerg zette met zijn tijd de toon. En na Bjerg ging het hard. Na Bjerg reed Cattaneo hard en was de snelste. Uiteraard wetende wat er nog achter hem kwam. Toen was het de beurt aan Asgreen en de Jumbo/Visma hardrijder Jonas Vingegaard. Jumbo/Visma had wat goed te maken en vandaag moest het dan voor ze gebeuren voor Van Aert. Verder hadden ze natuurlijk ook nog Roglic. De Sloveense pechvogel die als Toetanchamon rond reed. Hij had meer bandage als kleding om zijn ranke lijf. Inmiddels was Roglic niet eens zo heel langzaam en reed hij onder de omstandigheden een uitstekende tijdrit. Richie Porte was de man bij Ineos die als enige die eer van het poenerige Ineos hoog hield. Wat had ik graag de kop van Brailsford gezien. De Brit is de baas bij Ineos, maar is eigenlijk de Frank de Boer in het peloton. Op zich heb je respect voor zijn prestaties, maar de man laat hij vaak complete wanorde en chaos zien.

Ineos doet dus niet mee, want later bleek ook dat hun kopman (Geraint Thomas bakte er echt helemaal niets van) Carapaz niet in de buurt kwam van de winnaar en op serieuze achterstand gezet zou worden. Tegen 17:00 uur was iedereen onderweg. De laatste vijf waren in deze volgorde: Kelderman (die er voor een tijdrijder goed voor stond), Van Aert (wellicht wel de top favoriet), Carapaz, Alaphilipe (de Franse hoop) en de Nederlandse hoop Matthieu van der Poel. Inmiddels was het duidelijk dat Tadej Pogacar de gaskraan volledig open had gezet. Niemand, maar dan ook niemand kwam in de buurt van zijn tussentijden. En toen hij over de finish kwam had de winnaar van vorig jaar ruim 18 seconden sneller, dan de toptijd van Küng, gereden. Wie moest deze tijd nog kloppen? Eigenlijk niemand nog. Wat overbleef was de strijd om het geel. Werd het Van Aert, Pogacar of toch Van der Poel.

Eigenlijk kon het niet, dat Van der Poel zijn gele trui kon behouden. Matthieu had op iedere denkbare fiets gezeten in de winterperiode, maar niet op een tijdritfiets. Toch was hij erg goed van start gegaan. En bij de eerste tussentijd gaf hij heel weinig toe op Pogacar. Na de tweede tussenpunt (na 19 km) was de achterstand al 20 seconden en begon het secondespel pas echt. Pogacar zat al lang en breed op de hotseat en wist dat hij de rit ging winnen. Niemand zou er meer aankomen. Alaphilipe, Kelderman en Carapaz kregen ruim een minuut aan de broek. Er was echter één man die overeind bleef, Matthieu van der Poel! Op de eindstreep bleek dat de man uit Kapellen 8 seconden van zijn voorsprong overhield en was de sensatie compleet.

Van der Poel spot op dit moment met alle wetten van het fietsen. Tijdrit rijden is een discipline. Dat moet je trainen, anders wordt het nooit wat. Dat is een beetje aangeboren, een boel talent en het vermogen om er heel hard voor te werken. Van der Poel gaat op een fiets zitten, heeft lol en rijdt vervolgens lachend iedereen van zijn sokken. Vandaag behoorde de overwinning toe aan Tadej Pogacar, die een geweldige tijdrit reed. Maar de dag hoorde wederom toe aan Matthieu van der Poel, die eigenlijk het onmogelijke vandaag presteerde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.