Na de monsteretappe van gister zijn we aanbeland bij een hele verraderlijke etappe. Dat is meer bedoeld met het verschil tussen de etappe van gister en die van vandaag. Als men denkt dat de renners met gister het zwaarste te hebben gehad, dan moet ik veel renners teleurstellen. Maar dat zullen ze inmiddels ook wel weten, indien zij het routeboek goed hebben bekeken. Gouvenau heeft maar liefst vijf beklimmingen in deze etappe gestopt. En dat op twee dagen voor Parijs. Het ergste van alles: ze waren in amper 131 kilometer gepropt. Echter die aantal kilometers werd gisteravond bijgesteld.
ASO doet zijn naam eer aan
De dag begon met het nieuws met dat de etappe ingekort zou worden vanwege de uitbraak van een virus onder runderen op de eerste beklimming. De renners (en ik denk niet dat de meeste, behalve bij Visma/LAB) zullen deze inkorting niet erg vinden. Maar de 94 kilometer die overblijven bleven pittig. Nog even terugkomend op de taferelen, die mij terug deden denken aan het fietsen in de jaren 80. Nu ben je ASO (de organisator van De Tour) en weet je dat de rit eindigt op de Col de la Loze. Het is De etappe van deze Tour en de zwaarste ooit in deze eeuw. Je verdient aan de renners heel veel geld en dan laat je de renners omkleden in het openbaar tussen het publiek. Het was namelijk onmogelijk om de bussen boven te krijgen. Dus de renners kleedde zich snel om en moesten door het “gewone” publiek zich een weg naar beneden banen. Met alle risico’s van dien als je koud, verkleumt en moe bent en je moet nog tussen auto’s, fietsers en lopende fans je een weg naar beneden moet spoeden. Want iedere renner was er na deze dag wel klaar mee en wilde zo snel als mogelijk aan tafel en lekker naar de massagetafel. Dit was kneuterigheid en amateurisme ten top. ASO, schaam je, dat je jullie melkkoe zo behandelt.
We beginnen de etappe in Albertville. Die stad was tot midden jaren tachtig een onbekende plek in de sportwereld. Dat veranderde daarna voorgoed toen de Olympische Winterspelen van 1992 gehouden werden aan het kleine stadje aan de voet van de Alpen. In meerdere opzichten was dit een bijzonder evenement door de vele geopolitieke verschuivingen in die tijd: de Sovjetunie was net uit elkaar gevallen, net als de Berlijnse Muur. Veel huidige landen deden, toen voor het eerst onder een eigen vlag mee. De grote ster van die Winterspelen was de Italiaanse skiër Alberto Tomba, ook bekend als Tomba la Bomba. Voor Nederland was dit een van de meest onsuccesvolle Spelen aller tijden, Nederland haalde slechts vier schaatsmedailles. Het zou knap zijn als iemand exact weet wie die medailles won. Om iedereen uit de lijden te verlossen, ging het om Bart Veldkamp (goud op de 10km), Falko Zandstra (zilver op de 5km), Leo Visser (die tijdens zijn carrière piloot werd) en op de spelen van 1992 brons won op de 5 en 10 km. Het waren tevens de Spelen waar Yvonne van Gennip afscheid nam van haar sportieve carrière.
Motivatie en groot Nederlands succes
Eén renner zal vandaag heel erg gemotiveerd zijn: EF-Education-EasyPost-renner Alex Baudin is namelijk geboren en getogen in Albertville. De 24-jarige klimmer brak vorig najaar definitief door, met onder andere een derde plek in de Tour of Guangxi (wie kent hem niet?). Je kunt er vergif op innemen dat Baudin vanuit zijn geboorteplaats de aanval zal zoeken. Ploegleider Jonathan Vaughters zal Baudin in ieder geval niet hoeven te motiveren. Voor alle sprinters die nog hopen op een laatste strohalm om zondag in de hoofdstad te mogen rijden, is deze etappe een nachtmerrie. Na amper zeven kilometer staat de eerste klim van de dag al op het menu en vanaf dat moment weten de snelle mannen en anti-klimmers dat ze vijf gangen krijgen in de strijd tegen de tijdslimiet. De renners krijgen 2 van de 2e categorie, 1 van de 1e categorie en 2 van de Buitencategorie, waaronder de laatste klim naar La Plagne.
Die laatste berg is onlosmakelijk verbonden aan de ultieme overwinning van Michael Boogerd in de Tour van 2022. Na een lange ontsnapping kwam de Hagenees alleen boven. ‘Boogie’ had zijn handen in de lucht, het kettinkje om z’n nek kussend, een mooie rij met witte tanden blootleggend en zonder helm waardoor zijn blonde haren van zweet en water geplakt zaten op zijn hoofd. Het was tevens de laatste finish op de top van La Plagne. Maar wel één die wij als Nederlandse wielerfans nooit meer zullen vergeten.
Col du Pré zal niet als een pré gezien worden door de meeste renners
De andere beklimming van de Buitencategorie is Col du Pré. De col die de laatste jaren vaker is gebruikt met de bergen in de omgeving. En om goed te weten hoe de berg is heb ik deze vanochtend nog gereden. En uit eigen ervaring weet ik dus dat het zwaartepunt vanaf het midden zit. Het begin gaat lekker en je denkt al gauw; ”dat red ik makkelijk”. Maar nadat je na 5 kilometer een relatief vlak stuk krijgt, vanaf dat moment gaat het echt omhoog. En met omhoog bedoel ik dat het pas echt steil wordt. De laatste 5,6 kilometer doen pijn. De Col du Pré is in totaal een beklimming van 12,2 kilometer. De gemiddelde helling van deze beklimming is 7.7% met een maximum van 10.6%. Als je weet dat het eerste gedeelte gemiddeld 5% is, dan kun je makkelijk uitrekenen hoe stijl het daarna wordt. Vanaf kilometer 6,5 kom je niet meer onder de 9% met uitschieters van 13,4%. En die doen best pijn.
De Col du Pré stijgt van 813 meter aan het begin tot 1.748 meter aan de top, met een totaal van 935 stijgende meters. Ik vond het wel een uitdagende klim, maar ik deed er maar 1 op een dag. De renners moeten hierna nog 68 kilometer naar La Plagne rijden (inclusief de beklimming). De Col du Pré maakte zijn debuut in de Tour de France 2019 en werd gewonnen door Dylan Teuns. De renner nu van Lidl/Trek bewaart dus goede herinneringen aan de beklimming. Gister overigens was Theuns de laatste in koers en had hij 2 minuten over op de top van de De La Loze.
Weer Roglic in de aanval
Dat de etappe werd ingekort was een groot voordeel voor de aanvallers en de renners die gister de neus tegen het venster hadden gedrukt waren nu ook weer haantje de voorste. Eerst was er een tussensprint die Jonathan Milan makkelijk won en daarmee eigenlijk zijn groene trui veilig stelde. Mits er geen ziekte en valpartijen roet in het eten gooide. En wederom was het Roglic die de knuppel in het hoenderhok gooide. Hij kreeg Lenny Martinez mee (die opnieuw een gooi wilde doen in de jacht op de bollentrui) en later sloot ook de nieuwe Franse held Paret-Peintre aan. Even was het nog local-hero Baudain die mee wilde net als Campenaerts, maar zij werden gegrepen door het peloton gele trui die de koplopers binnen handbereik hield. De drie kwamen als eerste aan op de Col de Pré en het laatste gedeelte van de col Cormet de Roselend. Zij hadden in de afdaling 1 minuut voorsprong op het groepje Pogacar/Vingegaard. Het slotakkoord zou op de laatste klim, La Plagne, gebeuren.
Wederom een geweldige Arensman!
Arensman probeerde het weer. Ongelofelijk wat de Nederlander in deze Tour in de laatste twee weken laat zien. Bij Ineos zullen ze in hun handen knijpen met Arensman. Je hebt een aantal renners die deze Tour echt kleur hebben gegeven en daar hoort Arensman nu echt bij. Arensman ging vroeg weg in de beklimming van La Plagne. En onze Nederlander ging er ook echt voor. Inmiddels werden Pogacar en Vingegaard ingehaald door Lipowitz. Het werd enorm spannend. Het verschil tussen Arensman en de achtervolgers was 30 seconden. Maar de hoop was er voor de Nederlander om wederom de winst te pakken. De achtervolgers zagen op 700 meter de Nederlander in de rug. Het verschil ging van 13, naar 10, naar 8 seconden. Maar Arensman haald het! Ongelofelijke overwinning wederom van onze Nederlander. Na winst van Boogerd op La Plagne hebben we weer een Nederlandse winnaar op deze berg. Achter Arensman werd Vingegaard tweede en Pogacar derde. Daarmee bleek dat Pogacar toch niet echt heel goed was. Vingegaard was beter, maar durfde het gewoonweg niet aan om eerder te gaan. En gelukkig maar, want hiermee won onze Nederlander wederom. Wat een Tour voor Arensman is dit. Pogacar is weer 94 kilometer dichterbij zijn vierde touroverwinning gekomen. Maar wel een kritisch noot richting Vingegaard, die gewoonweg helemaal niets heeft gedaan vandaag. Hier zal het laatste woord niet over gezegd zijn. Morgen gaat de karavaan richting de Jura. De aller, allerlaatste kans voor Vingegaard. Al zal hij dan meer ballen moeten tonen dan vandaag.

