Jeroen ziet; Afzien, afzien en afzien

Het was een heroïsche dag. Niet zo zeer wat betreft de spanning, maar wel om de beelden die we voorgeschoteld kregen. Zelf dacht ik vandaag ook maar even de benen te strekken. De Arcalis, berg in Andorra, stond vandaag bij mij op de agenda. Onderwijl keek ik naar de Belgische tv en werd geconfronteerd met twee zeer interessante nieuwsberichten. Het ene was het uitvallen (of was het uitstappen) van Matthieu van der Poel. Dat kwam niet geheel onverwacht. Het uitvallen van Primoz Roglic was dat wellicht wel. De verwondingen voor de Sloveen waren hem toch teveel.

Maar wellicht het opmerkelijkste was het nieuws omtrent Thomas de Gendt. De Gendt is een aardige renner, die vooral bekendheid kreeg door zijn monsterontsnappingen. De Gendt vertelde vanochtend in een interview bij de Belgische media dat hij hoge waardes haalde deze Tour de France, maar dat hij daarbij nog niet eens de beste 70 renners kon volgen. De Gendt verwonderde het zich niet eens, maar hij gaf gewoon eerlijk aan dat hij met de beste waardes (die hij in 10 minuten van deze Tour behaalde) er niet aan te pas kwam. Het was zeker geen beschuldiging naar iets (lees, doping) maar gewoonweg een constatering. Op de fiets halverwege de col op de Arcalis vond ik de woorden van De Gendt erg interessant. Want wat zegt De Gendt hiermee? Krijgt hij hiermee de rekening gepresenteerd dat hij wel het hele jaar rijdt, terwijl de favorieten zo min mogelijk koersen rijden. Of geeft hij toch aan (als fel tegenstander) dat er meer is in het peloton dan men denkt? Ik kwam zelf tot aan de top (2219 meter hoogte) van de Arcalis, toen ik voelde dat ze niet zo maar dit soort bergen kan beklimmen. Daar is echt veel training, afgepaste voeding en rust voor nodig. Het blijft een interessante opmerking van een redelijke goede renner.

Onderwijl was ik boven gekomen en merkte ik heel goed dat de tweede Pfizer prik wel degelijk invloed had op mijn gestel. Ik was redelijk stuk. Had daarbij best veel gegeven, maar mijn wattages en vooral hartslag (heb sinds gister eindelijk een hartslagmeter, dank je wel, Lieverd!) was erg goed. Waar ik jaren geleden op de 180 zat en zelfs daar boven, had ik nu 1 uitschieter naar de 170 en voor de rest reed tussen de 154 en 160. Wat zegt dat? Dat je als recreatief renner in een goede vorm steekt. Dat de bergen die je rijdt, dat je die makkelijk verteerd. En dat is mijn winst voor vandaag. De Gendt zou trots op mij zijn, want ik doe het gewoon op karakter en een heel klein beetje talent.

Onderwijl waren het de gehele etappe echt heroïsche beelden in de 9e etappe van de Tour richting Tignes. Twee jaar geleden werd de rit (met Bernal in het geel) gestaakt naar dezelfde plaats, vanwege modderstromen die van de bergen op het parcours terecht waren gekomen. En als je vandaag naar de etappe keek, was je opnieuw bang dat het hierop uit zou draaien. De koers van vandaag werd vooral gemaakt door Nairo Quintana. De Colombiaan had vandaag waarschijnlijk met dikke letters in zijn agenda gezet. Halverwege de koers was Quintana weg met Hiquita, Woods, Poels, O’Connor en Woods. Poels wilde graag zijn punten pakken voor het bergklassement. Maar dat streven werd gedwarsboomd door de Colombianen. De zwaarste klim was vandaag die van de Col du Pré. Quintana viel op 2 kilometer van de top aan en lostte zijn medevluchters. Poels en O’Connor lagen er al eerder af. Het peloton reed met een ijzersterke UAE (de ploeg van de gele truidrager) op ongeveer 8 minuten. In de vluchters school geen gevaar voor Pogacar, dus het mocht.

In de afdaling van de Col du Pré rijden de twee Colombianen weg. De tijden van Lucho Herrera en Fabio Parra kwam in mij op. In het peloton reed McNulty het ravijn in, toen hij op de gladde weg zijn grip kwijtraakte. Hij keek als helper van Pogacar om en daar was het gebeurd. Dat schaadde Pogacar overigens totaal niet. Wat daarna gebeurde had je ogen en oren tekort aan voor de televisie. Eerst dacht Carapaz aan de boom te schudden, want Pogacar uit zijn slaap sukkelde en die koos direct de aanval. Inmiddels was O’Connor aan een opmars bezig. Hij haalde de twee Colombianen in, waarbij Quintana moest passen. O’Connor ging met Hiquita aan de haal, maar ook die laatste moest tegen het Australische geweld passen. O’Connor ging door en had zijn zevende adem gevonden. De renner van AGR reed werkelijk fantastisch. Ook op het peloton bleef hij maar uitlopen. Echter, hij hoorde dat Pogacar in aantocht was. Al was dat redelijk voorbarig, want de 8 minuten verdween tot 6 minuten. Dat was voor Pogacar genoeg om de gel trui te behouden. Maar O’Connor bleef maar doorgaan. Achter de man van AGR reed Cattaneo een geweldige rit. De Italiaan in dienst van Deceunick kan niet alleen goed tijdrijden, maar hij liet vandaag ook zien dat hij goed kon klimmen. Maar de verrassing (naast O’Connor) was wellicht wel Colbrelli die een heldendaad deed als sprinter en bij de eerste 3 eindigde.

O’Connor won met vijf minuten voorsprong op de Italianen. Daarachter een sterk rijdende Guillaume Martin. Die daardoor de top 10 binnen sloop. Kelderman werd 13e en behield zijn 7e plek in het klassement. Het klassement werd weer door elkaar geschud, ook omdat Van Aert bedankte voor het klassement. Dat deed hij met een mooi gebaar voor de televisie.

Wederom waren we vandaag (voor de rustdag van morgen) getuigen van een werkelijke heerlijke koers. Die een sterke winnaar kende en een tour winnaar van vorig jaar die ook dit jaar gewoon weer de sterkste is. Mits er geen gekke dingen gebeuren, wat in deze Tour nooit is uit te sluiten. Het was vandaag een heroïsche rit die de renners niet in de koude (what’s in a name) kleren gaat zitten. Het is maar goed dat ze morgen een rustdag hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.