De Tour door de ogen van Jeroen……

De ultieme wielrenner

Ik waag mij op glad ijs, want deze stelling of vraagstuk is er vooral één op persoonlijke gevoel. Zelfs voor mij is het een lastige keuze wie de ultieme Tour de France renner is geweest of nog steeds is. Mijn hart zegt uiteraard: Miquel Indurain. Maar daarvan zeggen velen dat hij eigenlijk alleen maar goed kon tijdrijden en daar ook het verschil mee kon maken. Ik op mijn beurt zeg dan dat hij zo ongelofelijk goed kon tijdrijden dat het ongelofelijk knap was dat hij daar zoveel tijdwinst mee pakte dat hij in de bergen niet meer in gevaar kwam.
Ik heb ook het idee dat we vroeger mindere knechten hadden. Ik weet het is een andere tijd. De renner van nu is zoveel meer ontwikkeld dan de renner van pakweg de jaren 70 en 80. Als je alleen al naar de knechten van nu kijkt, dan is dat qua stijl en vooral kracht nu zoveel meer dan vroeger. Vroeger keek je op tegen Henk Lubberding, maar nu nog veel meer tegen bijvoorbeeld Daniel Oss en Lars Bak. Dit zijn reuzen, terwijl vroeger alleen de sprinters reuzen waren, zoals Bontempi en Cipolinni.

Mijn interesse in het wielrennen begon in de vroege jaren 80. Na het tijdperk van Eddy Merckx (wellicht de allergrootste) was daar de Breton Bernard Hinault. Hinault had de bijnaam “de Das”. Niet eens zo gek bedacht, want dassen zijn veelvraten en Hinault was dat – in de traditie van Eddy Merckx – ook, maar de Fransen bedoelden met Le Blaireau echter dat hij een knorrig mens was en dat was nog dichter bij de waarheid, want dassen knorren. Merckx had de bijnaam; de Kannibaal, waarmee alles is gezegd. Het knappe van Merckx is dat hij (in tegenstelling tot Indurain) naast de Tour ook alles won wat hij maar kon winnen. Hinault was van hetzelfde kaliber. Op zijn palmares prijken nagenoeg alle klassiekers, behalve Milaan-San Remo en de Ronde van Vlaanderen. Hinault was een groot tijdrijder. Het ongelofelijke was dat hij daarbij zo’n groot verzet draaide (ieder keer weer) dat hij zijn knieën in gort reed. Dat was ook tevens het grote manco aan het einde van zijn carriere. De knieën wilde en konden niet meer. Anders was Hinault de alleenheerser geweest met 6 Touroverwinningen. Nu bleef ook hij op 5 steken. Maar Hinault zorgde er wel voor dat ik als jong jochie helemaal gek werd van wielrennen.

Mijn favoriet

Na Hinault kwam Indurain. Na Hinault had ik een nieuwe held gevonden. En dat was direct ook de wielrenner die ik ontzettend bewonderde. De stijl van Indurain was ongekend. Indurain kon zo onbedaarlijk hard rijden. De tijdrit op zich is door Indurain geperfectioneerd. Lemond kwam met het triatlon stuur, maar Indurain introduceerde de futuristische fiets en vooral de helm. In de jaren 60 en 70 reden de wielrenners nog met een hoofddeksel met rubberen bandjes op hun hoofd. De mensen zagen bij Indurain opeens een helm, waarbij het vizier in de helm geïntegreerd was. De fietsen waar Indurain op reed zijn de voorlopers van de carbon fietsen van tegenwoordig. Ik kan mij nog herinneren dat “El Rey” (bijnaam, betekent de Koning) voor een belangrijke tijdrit vaak controles kreeg of zijn fiets wel aan de eisen voldeed. Maar als hij eenmaal van start ging, dan was hij niet te houden. Kijk vooral zijn tijdrit van Luxemburg er op na. Maar ook in de bergen was hij bijna niet te kloppen. In het begin van zijn eerste Touroverwinningen had hij één tactiek: allereerst iedereen in de tijdrit verpletteren en daarna in de eerste bergetappe iedereen slopen. Die tactiek werkte. Na de eerste (anderhalve) week van de Tour was de spanning er al vanaf. Indurain had zo’n marge dat de rest van zijn concurrenten alleen nog maar voor plek twee en drie reden. Wat Indurain tegen had op Merckx en nog iets in mindere mate Hinault is dat Indurain alleen de Tour en het WK interessant vond. Indurain werd twee keer tweede op een WK, terwijl Hinault het WK 1x won (1980) en Merckx zichzelf zelfs tot 3x wereldkampioen kroonde en ook nog eens de Vuelta en Giro veelvuldig won. Iets wat de andere Tour grootheid Jacques Anquetil ook tegen zat. Ook hij werd als hoogst haalbare tweede op het WK, maar ook hij won de tour 5 keer.

Na Indurain kwam de volgende Spanjaard; Alberto Contador. Ook hij won de tour (2x) en ook de Giro en Vuelta. Iets wat de bovenstaande kampioenen ook lukte. Aan Contador kleefde echter altijd de stempel van doping (0,000005). Net als zijn opvolger trouwens. Na de Spanjaard kregen we het tijdperk Froome. Die ook een hele goede tijdrit kon rijden, maar voor mijn gevoel meer succes behaalde gewoonweg omdat hij zo’n sterke ploeg had. Persoonlijk had ik het minste met Froome. Het poenerige van Sky (en nu Ineos) zorgt ervoor dat je snel aversie krijgt van de prestaties van de Engelse Keniaan. Terwijl als je vier keer de Tour wint, je gewoon een hele grote bent. Alleen had hij daar wel allerlei (dokters) attesten voor nodig. Niemand op de wereld gebruikt zoveel hooikoorts medicijnen als Froome.

De allergrootste

Al met al is voor mij persoonlijk Indurain de allergrootste. Niet omdat hij de meeste overwinningen heeft geboekt, maar de manier waarop hij dat deed mij gewoon het meeste aansprak. Ik ben gek van tijdritten. Ik rijd ze zelf iedere week voor mezelf. En Indurain is de beste tijdrijder geweest onder de klassementsrenners. Gelet echter op de prestaties is Merckx, gelet op zijn uitpuilende palmares, de beste wielrenner aller tijden. Al moet ik daarbij wel optekenen dat de dopingcontroles veel minder toen waren als nu. In 1969 werd Merckx uit de Giro gezet, omdat hij betrapt was. Jaren later gaf hij ook het gebruik van Pemoline toe. Ik heb Merckx nooit zelf zien rijden, alleen maar wat ik op YouTube terug kan zien. Maar zijn erelijst zegt alles. Niemand won zoveel als “de kannibaal’.

De etappe van vandaag

Vandaag reden de renners door het natuurpark “Ballons des Vosges” over een heuvelachtig parcours. Scherprechter in de etappe van vandaag waren een aantal beklimmingen met een stijgingspercentage tussen de 5 en 7 procent. De klassementsrenners en de sterke sprinters bleven over. Sunweb nam de regie op 15 kilometer voor de streep. Alle kaarten voor die ploeg werden gezet op Michael Matthews. Alaphilippe liet zich ook zien, net als Greg van Avermaet. Die drie renners werden ook als meeste genoemd als kanshebbers voor vandaag. Net als Peter Sagan, die je nooit uit moet vlakken als er een sprint aan komt. De dag werd gekend door een lange vlucht van vier man, waarbij Tim Wellens de meest opvallende man was van het kwartet. Wellens die zijn bollentrui al goed om de schouders had, vergrootte met de dag van vandaag zijn trui. Het peloton was vrij groot, dus net voor de finish werd de groep zoveel mogelijk intact gehouden. Rui Costa probeerde het nog op 7 kilometer van de streep. De oud-wereldkampioen (zeer verrassend overigens, omdat hij het Spaanse pact verraste) reed hard weg en Sunweb moest alle zeilen bij zetten om Costa niet uit het oog te verliezen. Op 5 kilometer was het verschil 13 seconden. Op 2 kilometer van de streep werd de Portugees ingerekend. De sprint was er een uit het boekje. Goed afgezet door zijn ploegmakkers kwam daar de groene trui als een vuurpijl naar voren. Sagan zette aan, spande nog eens zijn enorme turbodijen en liet er geen gras over groeien. Sagan was de beste sprinter in deze groep en won nog eenvoudig. Het toptalent van Jumbo/Visma Wout van Aert reed naar een knappe tweede plaats. Trentin werd derde.

Op naar de dag van morgen als we de klassementsrenners echt mogen verwachten in de eerste echte serieuze bergetappe.

De beste tijdritten van “El Rey”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.