De Tour door de ogen van Jeroen….

De knecht

Als je het woord leest, heeft het een vreemde maar ook zeer gevoelige betekenis. Er zijn inmiddels tig demonstraties geweest, omdat de Kompaan van de Goed Heiligman ook knecht wordt genoemd. Je houdt je hart toch vast, dat straks Sylvana Simons opeens voor het peloton springt om de helper van de kopman van Jumbo/Visma te verbieden. Maar knecht is in het wielerpeloton een normaal woord.

Wat doet een knecht nu allemaal? Laten we het netjes houden en voortaan knecht veranderen in adjudant. De adjudant in het peloton is er om de kopman “uit de wind” te houden. Hij houdt de kopman dus letterlijk uit de wind door op de kant te gaan rijden. De kopman kan dan aan de zijkant lekker uit de wind doorfietsen. Ook moet de adjudant de bidons met vloeistof ophalen bij de ploegleidersauto. Kijk maar eens goed bij een warme etappe, dan maken de renners er een sport van om zoveel mogelijk bidons mee te nemen. Na de bidons ontvangen te hebben, rijden ze weer naar de kopman(nen) toe en bevoorraden ze hen met drinken.

Net als in het echte leven, verdient een adjudant lang niet zoveel dan de kopman. En dat terwijl zij het zwaarste werk in principe moeten opknappen. Gister zag ik de adjudant van Peter Sagan, Daniel Oss, kilometers lang het peloton aanvoeren in de (later, ijdele) hoop Alaphilippe terug te kunnen halen. Daniel Oss is een goed voorbeeld van een knecht. Oss is een tempobeul. Je ziet Oss al direct goed in beeld, de wapperende manen onder zijn helm goed zichtbaar. Met zijn 1.90 meter is Oss een indrukwekkende verschijning, waarbij een renner als Quintana klein duimpje is. Wanneer Oss het gaspedaal intrapt, dan hapt de rest van het peloton naar adem. Hij is al jarenlang de trouwe kompaan van Sagan. In het begin van zijn carriere waren ze ooit met z’n tweeën weg en mocht Oss winnen (is een zeldzaamheid voor hem) van Sagan. Sindsdien zijn het vrienden voor het leven. Oss heeft wat weg van Gert-Jan Theunisse, allebei gezegend met Samson-achtige manen en dijen waarbij een gemiddelde bodybuilder verbleekt. Oss is de man, die vluchters voor zijn kopman terug moet halen. Dat is ook het lot van een knecht. Je eigen het schompes fietsen en het vuile werk opknappen.

Niki Terpstra was jarenlang een trouwe helper in de ploeg van Patrick Lefevere, totdat hij zich van knecht ontpopte tot een echte eendaags kanon. Andersom zie je het minder vaak gebeuren. Een echte kopman zie je niet zo snel veranderen in een knecht. Terpstra is een mooi voorbeeld. Jarenlang reed hij (zoals dat zo mooi heet in de wielrennerij) zijn “ballen uit zijn broek”. Zonder dat echte grote successen aan vast te knopen. Maar sinds een aantal jaar is de eendaagse koersen zelf gaan winnen, waarbij zijn overwinningen in Parijs-Roubaix (2014) en Ronde van Vlaanderen (2018) de mooiste waren. Net als Oss heeft ook Terpstra een verleden bij het baanwielrennen. Iets wat de grote sterke renners (Theo Bos, Bradley Wiggins) onderscheidt van de andere renners.

De omgekeerde knecht

Andersom is het dus veel minder het geval. Als voorbeeld hierin werd Jean-François Bernard genoemd. In de jaren 80 geselde Bernard Hinault het peloton met zijn verwoestende optredens. “De Das” won 5 keer de Tour, wat nog steeds een (gedeeld) record is. Zijn opvolger stond al klaar schreeuwde de Franse kranten. En inderdaad eind jaren 80 was daar dan de tijdrijder/alleskunner Bernard. Maar de ster daalde ook weer heel snel. Bernard was niet opgewassen tegen de immense druk vanuit de Franse media. Zijn wielerleven veranderde toen hij van het Franse Toshiba naar het Spaanse Banesto ging. Bij Banesto reed toen de Spanjaard Delgado. Delgado was een absolute vedette, die de Tour al eens had gewonnen. Maar in de ploeg was ook de aanwezigheid van een supertalent, Miquel Indurain. Indurain zou later het peloton verpletteren met zijn tijdritten. Bernard voelde zich als in een vis in het water onder leiding van Echavarri. Hij reed heerlijk in de luwte van Indurain en gedijde daar geweldig. Zo werd een absolute kopman opeens een knecht. Bernard had zich nog nooit zo goed gevoeld in die rol.

Dubbelslag voor Deceuninck-QuickStep

Vandaag ging de rit van Reims naar Nancy over een heel vlak parcours. Een uitstekende gelegenheid voor de vroege ontsnappers of de sprinters. Een min of meer rustdag voor de kopmannen. Vandaag zag ik de renners van Deceuninck-QuickStep vooral weer vooraan zitten. En terecht want hun topsprinter Elia Viviani was gebrand om iets te laten zien. Over de etappe zelf kunnen we vrij kort zijn (op de drie vluchters na)… het was saai. Er gebeurde weinig tot niets. Pas op het laatste bergje vloog de vlam in de pan. En dat was vooral aan Sunweb te danken. Klaarblijkelijk had hun sprinter Matthews hele goede benen, want de ploeg Sunweb trok hard door. Aan het einde kwam opeens de trein van Ineos naar voren, als de dood dat ze wellicht in een valpartij terecht zouden komen. Dan maar op kop rijden, moet Servais Knaven (ploegleider Ineos) hebben gedacht. Maar door de actie van Ineos ontregelde de boel wel enorm. Het werd opeens erg onoverzichtelijk. Helaas voor ons Nederlanders raakte Groenewegen opgesloten. Dat zag je helaas van verre aankomen. Dylan probeerde het nog wel aan de buitenkant, maar het was te laat. De turbodijen van Elia Viviani waren iedereen te machtig. De dubbelslag voor Deceuninck-QuickStep was binnen en Patrick Lefevere knalde vanavond opnieuw met de champagne. Rit winst en een hernieuwde gele trui voor Alaphilippe. Morgen krijgen we een interessante rit. We gaan de heuvels in richting Colmar. Het zou zomaar een rit voor een groepje alleskunners kunnen worden. Op voorhand zou dit uitermate geschikt zijn voor (weer) Alaphilippe, van Avermaet en uiteraard Sagan.

De das was een van de allerbeste

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.